DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Verkoopkosten relevant voor herinvesteringsreserve

Samenvatting

Hof Amsterdam heeft onlangs beslist dat bij de vorming van een herinvesteringsreserve rekening moet worden gehouden met de verkoopkosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de verkoopopbrengst van het verkochte bedrijfsmiddel. De herinvesteringsreserve is een ‘nettoreserve’. Het hof baseerde zijn beslissing geheel op een arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2008. In de onderhavige procedure had een bv zich op het standpunt gesteld dat de herinvesteringsreserve een ‘brutoreserve’ zou zijn. Deze benadering houdt in dat de (bruto) boekwinst in de herinvesteringsreserve opgenomen kan worden en dat de verkoopkosten van een met een boekwinst verkocht bedrijfsmiddel direct ten laste van de resultatenrekening kunnen worden gebracht. Dit standpunt is na het verschijnen van het arrest op 6 juni 2008 niet langer pleitbaar meer.

Volledig artikel

Hof Amsterdam heeft onlangs beslist dat bij de vorming van een herinvesteringsreserve rekening moet worden gehouden met de verkoopkosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de verkoopopbrengst van het verkochte bedrijfsmiddel. De herinvesteringsreserve is dus een ‘nettoreserve’. Het hof baseerde zijn beslissing geheel op een arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2008. De Hoge Raad bevestigde in dat arrest de uitspraak van Rechtbank Leeuwarden waarover we op 3 augustus 2006 hebben bericht.
 
In de onderhavige procedure voor Hof Amsterdam had een bv zich op het standpunt gesteld dat de herinvesteringsreserve een ‘brutoreserve’ zou zijn. Deze benadering houdt in dat de (bruto) boekwinst in de herinvesteringsreserve opgenomen kan worden en dat de verkoopkosten van een met een boekwinst verkocht bedrijfsmiddel direct ten laste van de resultatenrekening kunnen worden gebracht. Dit standpunt is bij het verschijnen van eerdergenoemd arrest niet langer pleitbaar meer.

Een ander interessant punt uit de procedure betreft de proceskostenvergoeding. De inspecteur had voor het hof gesteld dat de bv lichtvaardig en onnodig had geprocedeerd. Hij nam het de bv met name kwalijk dat de bv de door de inspecteur opgevraagde informatie niet of pas vertraagd had verstrekt en dat daarmee pas in de bezwaar- en beroepsfase rekening kon worden gehouden. De inspecteur verzocht het hof om een proceskostenvergoeding van € 5 voor reiskosten openbaar vervoer en € 112 (4 uur x € 28) aan verletkosten. Het hof merkte hierover op dat het bestuursrecht er ook in voorziet dat een bestuursorgaan in aanmerking kan komen voor een vergoeding in de gemaakte proceskosten. Echter in het onderhavige geval zag het hof aanleiding om daarvan af te zien.

Het standpunt van de bv was pas definitief achterhaald geworden, nadat de Hoge Raad zes dagen na gedane uitspraak op bezwaar van de inspecteur het eerdergenoemde arrest had gewezen. Toch was naar het oordeel van het hof geen sprake van lichtvaardig procederen van de bv met een proceskostenveroordeling tot gevolg. Het hof had er begrip voor dat de bv op 16 december 2008 nog in hoger beroep was gekomen bij het hof. Waarschijnlijk zou een professionele gemachtigde dat niet (meer) hebben gedaan. Echter deze veronderstelling was in deze procedure niet relevant, want de bv had zelf en zonder hulp van een professionele gemachtigde geprocedeerd. Ook de aard van de fiscale materie en het nog vrij kort daarvoor verschenen arrest van de Hoge Raad waren voor het hof aanleiding voor een begripvolle houding. Het hof wees desalniettemin het hoger beroep van de bv af.
 
Bron: PWC 13 januari 2011 Hof Amsterdam, 7-10-2010, nr. 08/01312 (gepubliceerd 12-1-2011).

DeHypothekenMakelaar.nl

 



Laatste update: 14/01/2011 09:15.22