DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Tips belastingaangifte 2010



ABCOUDE - Elke ondernemer moet jaarlijks aangifte doen voor de belastingen. De redactie van Business Compleet verzamelde tips voor uw belastingaangifte en schreef hierover een serie van drie artikelen, waarvan vandaag het tweede verschijnt. Deze keer gaat het over hoe u uw aangifte optimaliseert, fiscale partners, de meewerkende partner, box 3, de aftrek van giften en meer.  De tips zijn tot stand gekomen dankzij informatie van de Belastingdienst en met behulp van Meeuwsen ten Hoopen registeraccountants & belastingadviseurs.

Zie ook deel 1: Tips voor uw belastingaangifte 2010
Zie ook: Alles over het Belastingplan 2011

Tijdige aangifte inkomstenbelasting
Bent u inkomstenbelasting, premies volksverzekeringen en/of een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2010 verschuldigd, maar ontvangt u vóór 1 juli 2011 geen aangiftebiljet? Vraag deze dan voor 14 juli 2011 schriftelijk aan. Doet u dat niet, dan kan de Belastingdienst u een bestuurlijke boete opleggen tot maximaal € 4.920.

Optimalisatie aangifte fiscale partners
Veel fiscale partners kunnen hun heffingskortingen beter benutten. Ook kunnen bepaalde inkomsten en aftrekposten onderling worden verdeeld.
Om inkomensbestanddelen en aftrekposten zo gunstig mogelijk te verdelen, kunt u denken aan de volgende zes tips:

1.      Reken positieve inkomensbestanddelen toe aan de partner met het laagste inkomen; die inkomsten worden dan tegen een lager tarief belast.

2.      Reken aftrekposten toe aan de partner met het hoogste inkomen; zo kan de belastingbesparing op die posten oplopen tot 52%.

3.      Maak optimaal gebruik van de persoonsgebonden aftrek. Verdeel deze zo met uw partner dat u maximaal profiteert van de mogelijkheden in box 1. Bent u 65 jaar of ouder, dan doet u er wellicht verstandig aan om juist zo weinig mogelijk in box 1 af te trekken. Het beste resultaat wordt behaald door de positieve box 1-bestanddelen aan de ene partner toe te delen, en de box 2- en box 3-bestanddelen plus de persoonsgebonden aftrek aan de andere partner.

4.      Maak gebruik van de vrije toerekening bij verdamping van verliezen. Als er verliezen bij uw partner dreigen te verdampen, dan kunnen de positieve inkomensbestanddelen aan hem/haar worden toegerekend zodat toch verliesverrekening mogelijk is.

5.      Verdeel de posten zodanig, dat de verschuldigde belasting van één van beide partners niet meer dan € 44 bedraagt. In dat geval wordt geen aanslag opgelegd en hoeft deze partner het belastingbedrag niet te betalen. Verschuldigde belasting is het voor de inkomstenbelasting bij te betalen bedrag, dus na vermindering met bijvoorbeeld de loonbelasting over eventuele eigen arbeidsinkomsten.

6.      Overleg met uw belastingadviseur. Hij kan behulpzaam zijn met het optimaliseren van uw aangifte.

Standaard partnerbegrip
Vanaf 1 januari 2011 geldt er één standaard partnerbegrip voor alle belastingwetten. Dat houdt in dat er aan een aantal voorwaarden moet worden voldaan, voordat ongehuwd samenwonenden ook elkaars fiscale partner worden voor de inkomstenbelasting. Denk daarbij aan een notarieel samenlevingscontract, een gezamenlijk kind of een gezamenlijke woning. U bent fiscaal partner als u aan de voorwaarden voldoet. Er is dan geen vrije keuze meer. Let op: als u in de loop van 2011 een notarieel samenlevingscontract afsluit en u woonde al op 1 januari 2011 op hetzelfde adres, dan wordt u met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2011 fiscaal partner.

Meewerkende partner
Werkt uw partner mee in de onderneming? Dan zijn er vier mogelijkheden:

1) U beloont uw partner niet, of minder dan € 5.000 per jaar.
Dan maakt u gebruik van de meewerkaftrek. U moet dan wel voldoen aan het urencriterium (van 1225 uren per jaar). De hoogte van meewerkaftrek wordt bepaald aan de hand van het aantal uren dat uw partner meewerkt en de winst die u maakt. In het winstcijfer dat u hiervoor hanteert mag u niet de winst meetellen die u behaald heeft door het (gedeeltelijk) beëindigen of naar het buitenland brengen van de onderneming, of die u als vergoeding voor een onteigening heeft gekregen.

Dit is de
meewerkaftrek voor 2010:
0 tot 525 meegewerkte uren: geen meewerkaftrek
525 tot 875 meegewerkte uren: 1,25% van de winst
875 tot 1.225 meegewerkte uren: 2% van de winst
1.225 tot 1.750 meegewerkte uren: 3% van de winst
1.750 of meer meegewerkte uren: 4% van de winst

2) U betaalt uw partner een vergoeding voor de meegewerkte uren.
De kosten daarvan kunt u bij uw aangifte als kosten van de winst aftrekken, mits de beloning meer is dan € 5.000 per jaar. De hoogte van de beloning moet reëel zijn voor het werk dat uw partner doet. De belastingdienst raadt u aan ook het aantal gewerkte uren bij te houden. En uit uw administratie moet blijken op welke manier u het loon aan uw partner betaalt, zoals door overboeking of door schulderkenning.
Als uw partner minimaal € 5000 bij u verdient, geldt dit als inkomen. Uw partner moet daarover inkomstenbelasting en premie volksverzekering betalen.

3) U neemt uw partner met een arbeidsovereenkomst in dienst.
Uw partner werkt dan onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als de andere werknemers en ontvangt daarvoor loon.

4) U en uw partner zijn samen ondernemer.
Hiervoor moet u wellicht de rechtsvorm aanpassen.

Afhankelijk van uw situatie kiest u de mogelijkheid die het beste bij u past en die fiscaal het meest gunstig is. Uw belastingadviseur kan u hierover adviseren. U kunt jaarlijks uw keuze aanpassen aan uw (veranderde) situatie.

Vanaf 1 januari slechts één peildatum voor box 3
In 2010 moet u uw inkomen uit sparen en beleggen in box 3 berekenen op het gemiddelde van de rendementsgrondslag (het saldo van uw bezittingen en schulden) op 1 januari en 31 december van het kalenderjaar.
Per 1 januari 2011 blijft er nog maar één peildatum bestaan: 1 januari van elk kalenderjaar. Dat betekent voor 2011 dat u uw bezittingen en schulden alleen nog vast hoeft te stellen op de peildatum 1 januari 2011. Ook het bepalen van een gemiddelde is niet langer nodig.

Aftrek uitgaven monumentenpanden
U kunt onder strenge voorwaarden uw uitgaven voor monumentenpanden voor aftrek in aanmerking laten komen. In 2010 geldt de aftrekregeling alleen voor de eigen woning die bestemd is als hoofdverblijf of die leegstaat bij aankoop en aanbouw.  In de politiek is echter  voorgesteld om de aftrek voor uitgaven voor monumentenpanden vanaf 2011 ook te laten gelden voor eigen woningen die in de verkoop staan, woningen die in het kader van een echtscheiding nog twee jaar als eigen woning kwalificeren, en voor eigen woningen die worden aangehouden tijdens een verblijf in een AWBZ-instelling of een tijdelijk verblijf elders.  Als uw monumentenwoning in 2010 is uitgesloten van de aftrek, maar in 2011 niet meer, stel uw uitgaven dan uit tot in 2011. Let wel dat bij onderhoudswerkzaamheden aan woningen die worden opgeleverd voor 1 juli 2011, het btw-tarief op arbeidskosten 6% bedraagt.

Aftrek periodieke en overige giften
Giften aan goede doelen kunt u aftrekken van de belasting. De aftrek is alleen mogelijk als de instelling voorkomt op de lijst van Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI) van de Belastingdienst. Instellingen worden als ANBI aangemerkt als zij voor minimaal 90% (tot 2010: 50%) het algemeen nut dienen. Bovendien is dit jaar een integriteitstoets ingevoerd. Instellingen die niet aan deze voorwaarden voldoen, verliezen hun ANBI-status of hebben die vanaf 1 februari 2010 verloren.

Als u regelmatig aan een goed doel schenkt, kunt u ook kiezen voor een periodieke gift. Voor zo’n gift geldt namelijk geen aftrekdrempel als u in een notariële akte vastlegt dat u minimaal vijf jaar lang, maar uiterlijk tot uw overlijden, regelmatig een vast bedrag aan de instelling van uw keuze schenkt.

Maar wat gebeurt er als een goed doel, tijdens de loopperiode van de periodieke gift, zijn ANBI-status verliest? De aftrekpost blijft dan gehandhaafd, tenzij u de mogelijkheid heeft de periodieke gift op te zeggen of als de instelling wordt gezien als een afgezonderd particulier vermogen. De aftrek vervalt als de periodieke gift een familiestichting betreft die door de invoering van het 90%-criterium de ANBI-status verliest.

Periodieke giften kunt u het beste aftrekken bij de partner met het hoogste inkomen uit werk en woning in box 1. Valt u als 65-plusser in het 15,5%-tarief van de eerste schijf of het 24,05%-tarief van de tweede schijf, dan is juist het doorschuiven naar box 3 (tarief 30%) van de partner voordelig.

Bron: Rikco Pardoen | BusinessCompleet.nl 17012011

DeHypothekenMakelaar.nl

 



Laatste update: 17/01/2011 20:37.48