DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Fiscaal partnerschap per 1-1-2011

 

Vanaf 1 januari 2011 is het partnerbegrip voor de inkomstenbelasting gewijzigd: vanaf 01012011 is er geen keuzemogelijkheid meer. Het was voor ongehuwde en ongeregistreerde samenwoners tot dan nog mogelijk om onder voorwaarden te kiezen voor het fiscaal partnerschap. Deze keuzemogelijkheid bestaat met ingang van 1 januari 2011 dus niet meer.

Vanaf 01012011 is het fiscaal partnerschap bij wet verplicht voor diegenen die:

  •  Samenwonen met een notarieel samenlevingscontract.
  •  een gezamenlijke eigen woning hebben, gezamenlijk een kind hebben of elkaar hebben aangewezen in de pensioenregeling als partner.
  •  Gehuwd of geregistreerd partner zijn, op hetzelfde adres wonen en nog geen verzoek tot echtscheiding bij de Rechtbank hebben ingediend.

De problemen die werden onderkend zitten bij de laatste groep. Het betekent feitelijk dat het fiscaal partnerschap pas eindigt nadat de (bijna ex-) partners een verzoek tot echtscheiding bij de Rechtbank hebben ingediend. Gezien het feit dat bij een dergelijk verzoek normaal gesproken ook het convenant met de onderlinge afspraken wordt voorgelegd, kan dat geruime tijd na het verlaten van de woning zijn.

 

Op het moment dat men de eigen woning verlaat, is er niet langer sprake van een hoofdverblijf voor degene die vertrekt. Derhalve is de hypotheekrente niet meer aftrekbaar op grond van de hoofdregel (art. 3.111 lid 1 Wet IB). Er is echter een aantal ficties opgenomen in dit wetsartikel. Omstandigheden waaronder men toch nog voor een periode de woning kan blijven aanmerken als eigen woning. Eén daarvan is voor de vertrekkende partner bij een scheiding (art 3.111 lid 4 Wet IB). In dit artikel staat dat degene die niet langer in de woning woont, nog voor een periode van twee jaar (24 maanden) de woning kan aanmerken als eigen woning. Voorwaarde hiervoor is dat de gewezen partner nog in de woning woont.

 

Hierin lag nu het probleem bij het nieuwe fiscaal partnerbegrip. Er kon onder de nieuwe formulering geen renteaftrek worden geclaimd tussen het daadwerkelijke vertrekmoment (verbreken gezamenlijke huishouding) en het moment waarop het verzoek bij de Rechtbank lag. Immers er zou dan geen gebruik kunnen worden gemaakt van de hoofdregel, omdat er geen sprake meer is van een hoofdverblijf. Maar ook niet van de fictie van art. 3.111 lid 4 Wet IB, want er is nog geen sprake van een “gewezen” partner.

 

Staatssecretaris Frans Weekers heeft aangegeven dit “niet bedoelde gevolg” aan te pakken. 

 

Mensen die eerst de zorgen rond verhuizing en kinderen regelen en daarna pas officieel het huwelijk of partnerschap ontbinden, zouden door de huidige tekst gedupeerd kunnen raken. Voor Staatssecretaris Weekers is dat onbedoeld en onwenselijk. De wettekst zal worden aangepast, zodat het recht op hypotheekrenteaftrek gedurende twee jaar ook voor de vertrekker geldt, zodra er sprake is van duurzaam gescheiden leven. Feitelijk blijft de uitwerking in deze situatie hetzelfde als voor 2011.

 

Bron: Dukers & Baelemans



Laatste update: 18/01/2011 10:10.28