DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Wijziging fiscale regeling werkruimte leidde tot aftrekbaar verlies op aan eigen bv ter beschikking gestelde werkruimte

Samenvatting

Hof Arnhem heeft onlangs de uitspraak van Rechtbank Arnhem bevestigd over de toepassing van de werkruimteregeling. In deze zaak ging het om de vraag of sprake was van een terbeschikkingstelling (als bedoeld in de tbs-regeling) van de werkruimte onder het regime dat gold tot en met 2004. Met ingang van 1 januari 2005 is de wettelijke regeling gewijzigd en gelden andere criteria voor de toepassing van de tbs-regeling op de werkruimte. In de onderhavige procedure voor Hof Arnhem was sprake van een terbeschikkingstelling onder het regime dat gold tot en met 2004, wat in dat geval leidde tot een aftrekbaar verlies uit de tbs-regeling. De inspecteur was van mening dat in de procedure niet het tbs-regime van toepassing was maar het loonregime. Daardoor zou geen sprake zijn van een aftrekbaar verlies. Rechtbank Arnhem en Hof Arnhem volgden de inspecteur echter niet. Voor directeuren-grootaandeelhouders die in de jaren 2001 tot en met 2004 aan hun bv een ‘kleine werkruimte’ ter beschikking hadden gesteld, heeft de staatssecretaris van Financiën in verband met de wetswijziging in een besluit van 7 juni 2004 een tegemoetkoming bekendgemaakt. Deze houdt in dat dga’s op grond van dit besluit een keuzemogelijkheid krijgen tussen box 1 of box 3 voor een kleine werkruimte. De keuzemogelijkheid geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2001. Ook al onherroepelijk vaststaande aanslagen mogen voor wat betreft de keuzemogelijkheid alsnog worden herzien.

Volledig artikel

Hof Arnhem heeft onlangs uitspraak gedaan in een feitelijke procedure over de toepassing van de werkruimteregeling. Over deze procedure hebben we ook bericht nadat Rechtbank Arnhem op 3 juni 2010 uitspraak had gedaan.  In deze zaak ging het om de vraag of sprake was van een terbeschikkingstelling (als bedoeld in de tbs-regeling) van de werkruimte onder het regime dat gold tot en met 2004. Met ingang van 1 januari 2005 is de wettelijke regeling gewijzigd en gelden andere criteria voor de toepassing van de tbs-regeling op de werkruimte.
 
In de onderhavige procedure voor Hof Arnhem ging het om twee echtgenoten, beiden directeur-grootaandeelhouder (dga) van hun personal holdings, die kantoorruimte verhuurden aan hun bv’s. De werkruimtes waren gerealiseerd in een tweede woning die naast hun eerste eigen woning lag. Het vloeroppervlak van de werkruimtes maakte tezamen minder dan 1/3 deel uit van het vloeroppervlak van de woning. De werkruimtes hadden niet de beschikking over een zelfstandige ingang. De dga’s lieten verbouwingswerkzaamheden aan de woningen uitvoeren en doorgangen maken tussen de twee woningen. Eind 2004 werd de terbeschikkingstelling beëindigd met het oog op de wetswijziging per 1 januari 2005 en ontstond een aftrekbaar verlies uit de tbs-regeling . De werkruimte stond (kennelijk vanwege de verbouwing) voor een hogere waarde op de tbs-balans dan de waarde economische verkeer op het moment van overgang naar privé. Dit zogenoemde vervreemdingsverlies bracht de dga in aftrek op het aangegeven inkomen.

De inspecteur corrigeerde de aangifte inkomstenbelasting 2004 van de dga en stelde dat de vergoeding die de dga had ontvangen van haar houdstervennootschap voor de ter beschikking gestelde kantoorruimtes moest worden aangemerkt als een onkostenvergoeding voor de werkruimte van de in loondienst werkzame dga. Rechtbank Arnhem stelde aan de hand van de feiten en omstandigheden vast dat de werkruimte daadwerkelijk ter beschikking was gesteld en geen deel meer uitmaakten van de eigen woning van de dga. De rechtbank maakte daarover uit de wetsgeschiedenis op dat een zelfstandige ingang van een werkruimte weliswaar een belangrijk maar geen doorslaggevend criterium is. In de onderhavige procedure waren de werkruimtes daadwerkelijk exclusief aan de houdstervennootschap in gebruik gegeven en waren de ruimtes niet nodig voor privédoeleinden.

De rechtbank wees de stelling van de inspecteur dat ook na 1 januari 2005 sprake zou zijn van een terbeschikkingstelling af. Vanwege het ontbreken van de eigen ingang en eigen voorzieningen konden de werkruimtes vanaf 2005 niet worden aangemerkt als een door de wet omschreven ‘naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning’. De rechtbank was van oordeel dat deze gewijzigde wettelijke formulering bij het zelfstandigheidscriterium een inhoudelijk andere invulling heeft dan bij dit criterium zoals dat gold tot en met 2004. De rechtbank oordeelde dat de dga het verlies uit de tbs-regeling terecht in aftrek had gebracht.

De inspecteur ging vervolgens in hoger beroep bij Hof Arnhem, maar behaalde daar eveneens geen resultaat. Naar het oordeel van het hof bestond tussen de verhuur van de werkruimte en de dienstbetrekking van de dga onvoldoende oorzakelijk verband om de huuropbrengsten toe te rekenen aan de bron belastbaar loon. In de onderhavige procedure stond namelijk vast dat niet een vergoeding tussen de bv en de dga(als werknemer) was overeengekomen, maar dat civielrechtelijk sprake was van verhuur en dat de werkruimte door de hurende partij feitelijk ter beschikking was gesteld aan andere werknemers dan de eigenaar van de eigen woning. Naar het oordeel van het hof was bij de beslissing om tot (ver)huur over te gaan niet doorslaggevend geweest de omstandigheid dat de dga en zijn echtgenote (als directeur) in dienstbetrekking waren, maar dat de dga en zijn echtgenote via hun aanmerkelijk belang een (middellijk) meerderheidsbelang hadden in de besloten vennootschap waaraan de werkruimte (materieel) werd verhuurd. Het Hof stelde vast dat ook de inspecteur het onwaarschijnlijk achtte dat bij verkoop van de aandelen de dga zou toestaan dat een nieuw aangetreden directeur nog gebruik zou kunnen maken van de werkruimte.

Voor het overige herhaalde de inspecteur zijn eerder voor Rechtbank Arnhem aangedragen standpunt over het niet staken van de terbeschikkingstelling van de kamer per 31 december 2004. Het hof was van oordeel dat dat standpunt rustte op een verkeerde rechtsopvatting en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.

Opmerkingen
Vanaf 1 januari 2005 gelden door een wetswijziging andere criteria voor een werkruimte. Zie hiervoor ons nieuwsbericht van 25 juni 2010. Voor dga’s die in de jaren 2001 tot en met 2004 aan hun bv een ‘kleine werkruimte’ ter beschikking hadden gesteld, had de staatssecretaris van Financiën in verband met de wetswijziging in een besluit van 7 juni 2004 een tegemoetkoming bekendgemaakt. Deze houdt in dat dga’s op grond van dit besluit een keuzemogelijkheid krijgen tussen box 1 of box 3 voor een kleine werkruimte. De keuzemogelijkheid geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2001. Ook al onherroepelijk vaststaande aanslagen (met betrekking tot de jaren 2001 tot en met 2004) mogen voor wat betreft de keuzemogelijkheid alsnog worden herzien.
 
Bron: PWC 23 februari 2011 / Hof Arnhem, 8-2-2011, nrs. 10/00283-10/00285 (gepubliceerd 18-2-2011).

DeHypothekenMakelaar.nl

 



Laatste update: 24/02/2011 09:54.52