DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Rentearbitrage DGA onbelast !

Samenvatting

De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat een door een directeur-grootaandeelhouder (dga) behaald rentevoordeel door rentearbitrage niet belastbaar was als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden (row). De dga had van zijn bv een grote som geld geleend tegen hetzelfde rentepercentage als de bv had kunnen ontvangen bij een bank. Dat rentepercentage was het hoogste van de rente op een maanddeposito en een zakelijke rendementsrekening. In 2003 bedroeg die rente op jaarbasis ongeveer 2,5%. De dga zette het opgenomen bedrag op een internetspaarrekening waarvan de ontvangen rente gemiddeld 3,6% bedroeg. De inspecteur was van mening dat het rentevoordeel van 1,1% belastbaar was in box 1 als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden (row). Hof Den Haag was het met de inspecteur eens. De volledige zeggenschap van de dga in de bv had hem in staat gesteld in privé een voordeel te verwerven. De Hoge Raad vernietigde echter de hofuitspraak. Het uitzetten van gelden op een spaarrekening gaat normaal, actief vermogensbeheer niet te buiten. Daardoor kan geen sprake zijn van belastbaar row. Dit is niet anders wanneer de uitgezette gelden zijn ingeleend en ook niet wanneer de uitgezette gelden zijn ingeleend van een vennootschap waarover de dga de zeggenschap heeft. De kennis van rentetarieven op spaarrekeningen is ook niet als een bijzondere vorm van kennis aan te merken, waardoor in de onderhavige procedure geen sprake kon zijn van een normaal, actief vermogensbeheer te boven gaande werkzaamheid.

Volledig artikel

De Hoge Raad heeft onlangs arrest gewezen over de vraag of een door een directeur-grootaandeelhouder (dga) behaald rentevoordeel door rentearbitrage belastbaar was. Over een vrijwel identieke parallelprocedure in deze zaak hebben we op 19 februari 2010 bericht toen Hof Den Haag uitspraak had gedaan. De zaak was als volgt.
 
Een man (hierna: dga) was in 2003 directeur en enig aandeelhouder van een bv. De bv beschikte over een aanzienlijk bedrag aan liquide middelen. De dga en de bv sloten een rekening-courantovereenkomst. Op basis van deze overeenkomst leende de dga € 970.000 tegen hetzelfde rentepercentage als de bv had kunnen ontvangen bij een bank. Dat rentepercentage was het hoogste van de rente op een maanddeposito en een zakelijke rendementsrekening. In 2003 bedroeg die rente op jaarbasis ongeveer 2,5%. De dga zette het opgenomen bedrag op een internetspaarrekening waarvan de ontvangen rente gemiddeld 3,6% bedroeg.
 
De inspecteur was van mening dat het rentevoordeel belastbaar was in box 1 (belastbaar inkomen uit werk en woning). De inspecteur stelde dat het rentevoordeel belastbaar zou zijn als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden (row
resultaat uit overige werkzaamheden) en anders als loon uit dienstbetrekking. De dga stelde dat het rentevoordeel zelf niet belastbaar was. Volgens hem was sprake van inkomsten uit sparen en beleggen waarbij het saldo op de internetspaarrekening precies wegviel tegen de schuld aan de bv. Daardoor was volgens hem ook in box 3 niets te belasten. Rechtbank Den Haag stelde de dga in het gelijk. De inspecteur stelde vervolgens hoger beroep in bij Hof Den Haag.
 
Het hof nam de rangorderegeling voor de inkomensbronnen in de Wet inkomstenbelasting 2001 als uitgangspunt. Volgens deze regeling kan een inkomensbestanddeel alleen worden toegerekend aan in de wet genoemde inkomensbronnen die het desbetreffende inkomensbestanddeel het eerst belast of van belasting vrijstelt. De eerste in de wet genoemde inkomensbron betreft de bron belastbare winst uit onderneming. Het was echter buiten discussie dat het rentevoordeel niet was toe te rekenen aan deze inkomensbron.
 
De tweede in de wet genoemde inkomensbron betreft loon uit dienstbetrekking. Het hof was van oordeel dat het rentevoordeel ook niet was toe te rekenen aan deze inkomensbron. Aan de door de bv aan de man verstrekte lening en aan de daarbij bedongen rentevergoeding ontbrak immers elk element van een tegenprestatie voor de werkzaamheden die de dga als directeur voor de vennootschap verrichtte. Volgens het hof vonden de lening en de daarbij bedongen rentevergoeding hun grond in het feit dat de dga ook grootaandeelhouder in de vennootschap was. Het rentevoordeel vormde dus ook geen loon uit dienstbetrekking.

De derde in de wet genoemde inkomensbron betreft belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. Het hof lette op de directe samenhang tussen het verkrijgen van het geldbedrag en het plaatsen van het geldbedrag op een internetspaarrekening, met een hogere rentevergoeding dan de aan de bv te betalen rente. Daaruit leidde het hof af dat het niet de bv was die haar aandeelhouder als zodanig heeft willen bevoordelen, maar dat de dga door zijn volledige zeggenschap als directeur en enig aandeelhouder een rentevoordeel heeft beoogd en behaald. Het hof was van oordeel dat de inspecteur het behaalde rentevoordeel terecht tot het resultaat uit overige werkzaamheden had gerekend en in box 1 had belast. De dga ging daarop in cassatie bij de Hoge Raad.


De Hoge Raad was van oordeel dat het uitzetten van gelden op een spaarrekening normaal, actief vermogensbeheer niet te buiten gaat. Daardoor kan geen sprake zijn van belastbaar row. Dit is niet anders wanneer de uitgezette gelden zijn ingeleend en ook niet wanneer de uitgezette gelden zijn ingeleend van een vennootschap waarover de dga de zeggenschap heeft. De kennis van rentetarieven op spaarrekeningen is ook niet als een bijzondere vorm van kennis aan te merken, waardoor in de onderhavige procedure geen sprake kon zijn van een normaal, actief vermogensbeheer te boven gaande werkzaamheid.
De Hoge Raad constateerde dat Hof Den Haag had geoordeeld dat geen sprake was van loon uit dienstbetrekking en dat dit oordeel in cassatie ook niet in geschil was. Hieraan verbond de Hoge Raad de conclusie dat het rentevoordeel niet in box 1 belastbaar was. De Hoge Raad verklaarde daarop het cassatieberoep van de dga gegrond.

Bron: PWC 01032011 Hoge Raad, 25-2-2011, nr. 10/00622.

DeHypothekenMakelaar.nl

 



Laatste update: 01/03/2011 10:00.33