DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Geen overdrachtsbelasting over drijfwoning (Marina)

Samenvatting

Hof Den Bosch heeft onlangs beslist dat geen overdrachtsbelasting is verschuldigd over de verkrijging van een drijfwoning: een zogeheten Marina. De betreffende Marina bestond uit een betonnen caisson (drijflichaam) met daarop een houten opbouw. Het drijflichaam was aan twee palen bevestigd met twee dubbele beugels die vrij op en neer konden bewegen op de paal. Dat leidde niet tot een zodanige verandering in de constructie dat deze niet meer was bestemd om te drijven en evenmin dat deze niet langer dreef. Naar het oordeel van het hof was de Marina volgens deze constructie bestemd om te drijven en was het een schip in de zin van het Burgerlijk Wetboek. De Marina zou nog wel als onroerend kunnen worden aangemerkt als het op zodanige wijze met de oever was verbonden dat sprake is van ‘vereniging met de grond’ in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Naar het oordeel van het hof had de inspecteur echter niet aannemelijk gemaakt dat de Marina op zodanige wijze met de oever was verbonden. Het hof verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde de opgelegde naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.

Volledig artikel

Hof Den Bosch heeft onlangs beslist dat geen overdrachtsbelasting is verschuldigd over de verkrijging van een drijfwoning: een zogeheten Marina. In de onderhavige procedure had de inspecteur bij de verkrijging van een Marina in 2005 een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd.
 
De Marina in deze procedure lag in het water van een recreatiepark waar begin jaren negentig 80 Marina’s waren gerealiseerd. De Marina bestond uit een betonnen caisson (drijflichaam) met daarop een houten opbouw. Het drijflichaam was aan twee palen bevestigd met twee dubbele beugels die vrij op en neer konden bewegen op de paal. De Marina beschikte niet over een eigen mechanische krachtaandrijving. De Marina lag aan twee zijden aan de wal waarop een tuin was aangelegd. De voorzieningen voor de elektriciteit, telefoon, water, gas en riool waren met flexibele verbindingen en snelkoppelingen aangesloten op de vaste aansluitingen aan de wal. De snelkoppel-verbindingen waren vergelijkbaar met de in de scheepvaart gangbare verbindingen. Alle 80 Marina’s waren in 2003 naar een andere plaats versleept voor groot onderhoud. Ook waren twee Marina’s ooit eens van plaats verwisseld.
 
De koper van de Marina maakte vergeefs bezwaar tegen de naheffingsaanslag. Evenmin vond hij gehoor bij Rechtbank Breda. Hij ging daarop in hoger beroep bij Hof Den Bosch. Het hof wees op een arrest van de Hoge Raad uit januari 2010. De Hoge Raad had daarin aangegeven dat een zaak die volgens zijn constructie is bestemd om te drijven een schip is in de zin van het Burgerlijk Wetboek. De Hoge Raad overwoog verder dat een schip in het algemeen een roerende zaak is en dat een verbinding tussen een schip en de onder dat schip gelegen bodem die toelaat dat het schip met de waterstand mee beweegt, niet kan leiden tot het oordeel dat het schip ‘met de bodem is verenigd’ in de zin van het Burgerlijk Wetboek.

Het hof maakte uit de bouwtechnische samenstelling van de Marina op dat het een constructie betrof die was bestemd om te drijven. Daardoor was het een schip in de zin van het Burgerlijk Wetboek. De Marina zou nog wel als onroerend kunnen worden aangemerkt als het op zodanige wijze met de oever was verbonden dat sprake is van ‘vereniging met de bodem’. Naar het oordeel van het hof had de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat de Marina op zodanige wijze met de oever was verbonden. Dat er een directe aansluiting was van een tuin op de Marina was daarbij niet van belang. Dat is een omstandigheid die betrekking heeft op de omgeving van de Marina en is niet een naar buiten kenbare bijzonderheid van aard en inrichting van de Marina zelf waardoor deze zou zijn bestemd om duurzaam op die plaats te blijven liggen. Ook was niet van belang dat de Marina al vele jaren op dezelfde plaats lag.
 
Het hof verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde de opgelegde naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.
 
Bron: PWC 25 maart 2011   / Hof Den Bosch, 4-3-2011, nr. 09/00652 (gepubliceerd 22-3-2011).

DeHypothekenMakelaar.nl

Lees echter ook:

http://www.dehypothekenmakelaar.nl/Nieuws/2011/3694/Eigenwoningregeling%20bij%20woonschip%20/

 



Laatste update: 29/03/2011 09:35.31