DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Eigenwoningregeling bij woonschip met vaste ligplaats !

28 maart 2011

Samenvatting

De Hoge Raad heeft beslist dat de eigenwoningregeling van toepassing kan zijn op een woonschip met vaste ligplaats. Daarbij is de feitelijke situatie van langdurig verblijf op dezelfde ligplaats beslissend. Is sprake van een vaste ligplaats, dan is sprake van een ‘duurzaam aan een plaats gebonden zijn’, hetgeen een criterium is voor het van toepassing kunnen zijn van de eigenwoningregeling. In de onderhavige procedure ging het om een 55 meter lang zeewaardig motorjacht met vier verdiepingen, een disco, drie bars en een groot aantal slaapkamers. De eigenaar woonde daarop met zijn vrouw in afwachting van de verkoop. De man had in 2003 voor het schip aanzienlijke (financierings)kosten gemaakt. Deze kosten waren nu aftrekbaar omdat het motorjacht een ‘eigen woning’ in fiscale zin was. Zijn vastgestelde belastbare inkomen ging daardoor omlaag van € 123.820 tot € 62.948.

Volledig artikel

De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of op een groot zeewaardig motorjacht de eigenwoning-regeling van toepassing kon zijn. Zo ja, dan zouden diverse kosten zoals financieringskosten aftrekbaar zijn. De zaak was vereenvoudigd weergegeven als volgt.
 
Een man was in 2003 eigenaar van een in Nederland gelegen woning. Verder was hij eigenaar van een zeewaardig motorjacht. Het motorjacht had een lengte van 55 meter en telde vier verdiepingen. Het motorjacht beschikte onder meer over een disco, drie bars, diverse zonnedekken met een jacuzzi, een keuken en een groot aantal slaapkamers. Het motorjacht had van 12 augustus 2003 tot juli 2006 een ligplaats tussen vissersboten en grote bedrijfsboten bij een rederij en lag met trossen vast. De rederij leverde elektriciteit aan het motorjacht via een af te koppelen kabel. Het motorjacht bezat generatoren voor de opwekking van stroom. Een vaste water- en/of rioolaansluiting met de wal ontbrak. Voor de watervoorziening en vuilwaterafvoer was het motorjacht aangewezen op voorzieningen in de haven voor tijdelijk verblijvende schepen. Volgens de havenverordening van de haven waar het motorjacht lag, was het verboden een schip langer dan 30 dagen in de haven te laten verblijven zonder dat het voor de vaart ter zee werd gebruikt. Indien een schip over een vaste ligplaats beschikt, konden burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage ontheffing verlenen van dat verbod. De man beschikte echter niet over een ontheffing. De gemeente gedoogde de situatie.

Van begin augustus 2003 tot aan zijn overlijden op 9 december 2004 woonde de man samen met zijn echtgenote op het motorjacht. Vanaf zijn overlijdensdatum tot in juli 2006 woonde zijn weduwe op het motorjacht en verhuisde daarna naar een andere woning dan hun eerdergenoemde woning. In zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2003 merkte de man het motorjacht aan als eigen woning. De inspecteur en Rechtbank Den Haag waren het daarmee niet eens. Zij waren van oordeel dat het schip niet duurzaam aan een plaats gebonden was, hetgeen een voorwaarde is om de eigenwoningregeling op een schip van toepassing te kunnen laten zijn.
 
Bij Hof Den Haag vond de man wel gehoor. Het hof had het door de inspecteur vastgestelde belastbare inkomen over 2003 verminderd van € 123.820 tot € 62.948. De
minister van Financiën ging daarop in cassatie bij de Hoge Raad.
 
De Hoge Raad zag geen aanleiding om voor de vraag of een schip duurzaam aan een plaats is gebonden een andere maatstaf aan te leggen dan in de Gemeentewet. Dit brengt mee dat het begrip ‘duurzaam aan een plaats gebonden’ voor schepen moet worden opgevat als het hebben van een vaste ligplaats. De aanwezigheid van een zodanige vaste ligplaats kan blijken uit bijvoorbeeld een aansluiting op nutsvoorzieningen, maar in ieder geval is sprake van een vaste ligplaats als het gaat om een ligplaats waar het woonmotorjacht reeds ten minste een jaar met niet meer dan incidentele onderbrekingen aanwezig is. Hieruit volgt dat de duur van het verblijf ter plekke een rol - zelfs een beslissende rol - kan spelen voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een vaste ligplaats. De Hoge Raad vond daarbij de omstandigheid dat een ligplaats slechts uit hoofde van een vergunning voor een beperkte tijd of zelfs slechts krachtens gedogen wordt ingenomen niet van belang. Slechts de feitelijke situatie is bepalend. De Hoge Raad verklaarde daarop het cassatieberoep van de minister van Financiën ongegrond.


Bron: PWC 29032011 / Hoge Raad, 25-3-2011, nr. 10/01597.

DeHypothekenMakelaar.nl

 

Lees ook:

http://www.dehypothekenmakelaar.nl/Nieuws/2011/3693/Geen%206%20overdrachtsbelasting%20over%20drijfwoning/



Laatste update: 29/03/2011 09:35.15