DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Bijtelling privégebruik auto en de 500 km-grens

De bijtelling privégebruik auto blijft een fenomeen dat de gemoederen bezighoudt. Sommigen wringen zich in allerhande bochten om er onderuit te komen, anderen worden er tot hun verassing mee geconfronteerd. Hetzij omdat ze de regels toch niet helder op het netvlies hebben – dan wel verkeerd uitleggen – hetzij omdat zij het logisch vinden dat het is zoals zij denken dat het is.


Hoe zit het bijvoorbeeld bij twee opeenvolgende auto’s van de zaak? En dan met name als men bij de opvolgende auto besluit om deze – in tegenstelling tot de vorige auto van de zaak – toch ook privé te gaan rijden? Hoe denkt u dat de bijtelling in dat geval gaat plaatsvinden?

Opvolgende auto’s
Een doorslaggevend element bij de toepassing van de autokostenfictie is het antwoord op de vraag of het privégebruik van een auto van de zaak op kalenderjaarbasis meer of minder is dan 500 kilometer. Is het minder, dan geen bijtelling. Is het meer, dan wel bijtelling. De crux zit hier in de 500 km op kalenderjaarbasis. Krijgt men bijvoorbeeld eerst op 1 november van een jaar een auto van de zaak, dan moet er rekening mee worden gehouden dat deze 500 km pro rata wordt toegerekend. Rijdt men in november en december van dit jaar meer dan 83 kilometer privé, laten we zeggen 100 km, dan is men toch het haasje en moet, naar de mening van de Belastingdienst, toch per 1 november de autokostenfictie worden toegepast. Omgerekend naar kalenderjaarbasis heeft men dan immers 600 km privé gereden.
­
Bij opvolgende auto’s moet men ook opletten, zoals recentelijk nog bleek uit een uitspraak van Rechtbank Arnhem
. In de aanhangige casus heeft een werknemer in het jaar 2009 een auto van de zaak en een privé-auto. Er is aan hem een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ afgegeven. In september 2009 krijgt hij een nieuwe auto van de zaak. Deze auto wil de werknemer wel privé gaan rijden, en hij trekt zijn verklaring in. De werkgever past vanaf 1 september 2011 de bijtelling toe.
Uit de door de werknemer bijgehouden kilometeradministratie blijkt dat hij over de eerste 8 maanden minder dan 8/12 * 500 km = 333.33 privé gereden heeft. So far so good. In de laatste 4 maanden van 2009 rijdt hij meer dan 500 km privé. Althans, hij kan niet aantonen voor het hele jaar 2009 dat hij minder dan 500 km privé gereden heeft en daarmee is onze werknemer het haasje voor het hele jaar.

Autokostenfictie

 

Rechtbank Arnhem geeft aan dat het voor de toepassing van de autokostenfictie doorslaggevend is of het privégebruik van een auto van de zaak op kalenderjaarbasis minder dan 500 km bedraagt. Volgens de rechtbank maakt het hierbij niet uit dat er sprake is van twee opeenvolgende auto’s. Nu in dit geval het privégebruik van de twee achtereenvolgens ter beschikking gestelde auto’s in 2009 niet minder is dan 500 km, is er voor de periode 1 januari 2009 – 30 augustus 2009 terecht een naheffingsaanslag loonheffing aan de werknemer opgelegd.


Een gelijksoortige casus was aan de orde bij Hof ‘s-Hertogenbosch. In deze casus reed een werknemer van 1 januari 2008 - 27 april 2008 in een Toyota Avensis en van 28 april 2008 - 31 december 2008 in een Volvo S60. In september 2007 had de werknemer een ‘Verklaring geen privégebruik” aan zijn werkgever overlegd en met de Toyota is inderdaad niet privé gereden. De werknemer heeft op 1 juli 2008 aan de Belastingdienst en zijn werkgever meegedeeld dat hij vanaf deze datum de auto van de zaak ook privé gaat gebruiken. Per 1 juli past de werkgever dan ook de bijtelling toe. De werknemer heeft de Volvo na 1 juli 2008 voor meer dan 500 km zakelijk gebruikt en dus stuurde de inspecteur voor de eerste helft van 2008 een naheffingsaanslag. Rechtbank Breda, en daarna Hof Den Bosch, oordeelden dat het gelijk aan de inspecteur was. Hof Den Bosch oordeelde hierbij dat de werknemer ook duidelijk door de inspecteur geïnformeerd was over het feit dat de beoordeling plaatsvindt op kalenderjaarbasis. Verwezen wordt naar het citaat uit de brief van de inspecteur bij het afgegeven van de Verklaring: ‘Als blijkt dat u op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 km privé rijdt, wordt het voordeel gesteld op nihil. U heeft aangegeven dat u op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 km rijdt.’
­
Moraal van het verhaal: let op bij opeenvolgende auto’s en besef dat de 500-km-grens geldt op kalenderjaarbasis!


Bron: Accountancynieuws / Drs. A.T. Valkenburg, PKF Wallast Amsterdam.

Rechtbank Arnhem 1 februari 2011, nr AWB 10/1461 Hof ‘s – Hertogenbosch, 23 december 2010, nr 09/00572

DeHypothekenMakelaar.nl



Laatste update: 16/05/2011 09:25.57