DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Flexwerker heeft recht op minimum loonaanspraak 3u per oproep

Een gids heeft recht op de wettelijke minimale loonaanspraak van 3 uur per oproep, ook al is er in het contract geen minimum te werken uren af gesproken.

 

De situatie

Een rondleidster werkt voor een aantal musea. In haar contract is geen minimale arbeidsduur of een  minimum aantal rondleidingen bepaald. De werktijden zijn zeer flexibel, ze werkt de ene week wel en de andere niet, en meestal niet meer dan 15 uur. De rondleidingen zelf duren 1 tot 2 uur en de werkneemster wordt per uur rondleiding betaald.

 

De vordering

De werkneemster stapt naar de rechter en vraagt een verklaring voor recht dat ze per oproep minimaal 3 uur wordt betaald. Ze beroept zich artikel 7:628a BW, waarin staat dat werknemers recht hebben op uitbetaling van minimaal drie uren als ze een contract hebben van minder dan vijftien uur per week waarin de tijdstippen van de arbeid niet is vastgelegd.
Het achterstallig loon dat de werkgever verschuldigd zou zijn, bedraagt ruim € 1.500.

 

Het verweer

De werkgever bestrijdt de minimum loonaanspraak van de werkneemster. De werkzaamheden worden ruim van tevoren ingepland, dus de werktijden zijn bekend. Daarnaast bepaalt de werkneemster er om zich voor de rondleiding op te geven.

 

Het oordeel

De vraag is of het wetsartikel van toepassing is op deze situatie. De kantonrechter verklaart voor recht dat dit het geval is.
Het wetsartikel is in het leven geroepen om flexibiliteit voor werkgevers te vergroten en tegelijkertijd de bescherming van werknemers te handhaven, legt de rechter uit. De werknemer moet voldoende zekerheden hebben en de werkgever moet de arbeid zo organiseren dat diensten van minder dan drie uur, waarbij het ook nog onduidelijk is wanneer de arbeid moet worden verricht en voor hoelang, zo min mogelijk voor komen.  In de voorliggende zaak is er geen arbeidsomvang vastgesteld en heeft de werkneemster geen zekerheid van inkomsten. Dat de duur van de rondleiding bekend is, maakt niet dat de werkneemster in de huidige situatie mag verwachten dat zij ook daadwerkelijk drie uur kan werken. De tijdstippen waarop moet worden gewerkt, zijn ook niet (voldoende) vastgelegd, oordeelt de rechter. De werkneemster heeft hierbij ook niets in de melk te brokkelen omdat de rondleidingen niet op een vast moment worden gegeven.

De rechter vindt niet dat de werkgever onredelijk benadeeld is door artikel 7:628a BW van toepassing te verklaren, terwijl hij de werkzaamheden niet anders kan inrichten. Het is redelijk dat flexibele arbeidskrachten, zoals de werkneemster, zich op het artikel beroepen om meer zekerheid te hebben over hun inkomen. De rechter wijst de loonvordering toe.

 

Bron:  P&OActueel mr. Ingrid Kooijman 14-jul 2011 Kantonrechter Utrecht LJN BQ7284  Minimum loonaanspraak Eerste aanleg 8 juni 2011

DeHypothekenMakelaar.nl



Laatste update: 18/07/2011 10:58.16