DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Na ambtelijk verzuim kan inspecteur zelfstandigenaftrek niet navorderen

Een firmante van een klein administratiekantoor mag de door haar geclaimde zelfstandigenaftrek behouden. De inspecteur kan niet navorderen en dat ligt aan hemzelf. De inspecteur was namelijk bekend met de aard van de onderneming, de omzet en winstverdeling tussen de firmanten, en het door de firmante  genoten loon. Hij had dan ook nadere vragen moeten stellen over de zelfstandigenaftrek vóórdat hij de aanslag oplegde. Ambtelijk verzuim dus, waardoor navordering niet mogelijk is. De firmante oefent samen met haar echtgenoot in firmaverband een administratiekantoor uit. De firma houdt zich bezig met het verwerken van financiële administraties van parochies en kleine ondernemers. De fiscale zaken besteedt de firma uit aan een derde.

Navorderingsaanslag

In 2004 geniet de firmante naast winst, ook loon en loon uit vroegere dienstbetrekking. In haar aangifte inkomstenbelasting claimt de firmante de zelfstandigenaftrek. Met dagtekening 27 april 2007 legt de inspecteur de (definitieve) aanslag inkomstenbelasting op. Hierbij is hij niet afgeweken van de ingediende aangifte. Naar aanleiding van de bevindingen van een door het UWV bij de firmante gehouden boekenonderzoek in 2008, stelt de inspecteur dat zij ten onrechte de zelfstandigenaftrek heeft geclaimd. Het gevolg is een navorderingsaanslag met dagtekening 1 juli 2009.

Ambtelijk verzuim

Rechtbank Breda oordeelt dat de navorderingsaanslag moet worden vernietigd, omdat de inspecteur zijn onderzoeksplicht bij het regelen van de aanslag voor het jaar 2004 heeft verzuimd. De feiten die aan de aanslag ten grondslag liggen waren namelijk al ten tijde van het regelen van de (definitieve) aanslag bij de inspecteur bekend. Als dat niet het geval was dan behoorden ze dat in ieder geval wel te zijn. De inspecteur had volgens de rechtbank de firmante nadere vragen moeten stellen over de zelfstandigenaftrek vóórdat hij de aanslag oplegde. Immers, de inspecteur was bekend met de aard van de onderneming (een administratiekantoor), het jarenlange bestaan van de onderneming (gestart in 1996), de (lage) omzet en winstverdeling tussen beide vennoten en het door de firmante genoten loon.Navordering

Als de inspecteur meent dat een belastingplichtige over enig jaar te weinig belasting heeft betaald, kan hij overgaan tot navordering van de te weinig betaalde belasting. Navordering is slechts mogelijk indien aan twee voorwaarden is voldaan:

1.       De inspecteur beschikt over een nieuw feit.

2.       Het jaar waarover wordt nagevorderd ligt niet langer dan vijf jaar in het verleden.

Niet altijd behoeft de inspecteur over een nieuw feit te beschikken. De inspecteur kan bijvoorbeeld binnen de termijn van vijf jaar steeds navorderen als:

  • een belastingplichtige te kwader trouw is;
  • een voorlopige aanslag, ingehouden loon- of dividendbelasting of een voorlopige teruggaaf ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verrekend;
  • een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel of de gezamenlijke grondslag box 3 niet volledig bij de belastingplichtige en diens fiscale partner in aanmerking is genomen.
  • de belastingaanslag, ten gevolge van een fout, redelijkerwijs kenbaar onjuist is vastgesteld.

Nieuw feit

Onder het voor navordering noodzakelijke nieuwe feit moet worden verstaan een feit dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag niet kende en redelijkerwijs ook niet behoefde te kennen. De inspecteur is niet verplicht elke aangifte aan een diepgaand onderzoek te onderwerpen. Hij mag uitgaan van de juistheid van de aangifte. Maar had de inspecteur redelijkerwijs behoren te twijfelen dan kan hij, wanneer hij een onderzoek achterwege heeft gelaten, niet meer navorderen. Wijziging in de rechtspraak en verandering van inzicht bij de inspecteur zijn geen reden voor navordering.

Van een nieuw feit is wel sprake indien de inspecteur de beschikking krijgt over gegevens die hij niet kende en redelijkerwijs ook niet behoefde te kennen. Een nieuw feit kan bijvoorbeeld aan het licht komen bij een boekenonderzoek of uit een ingediende aangifte voor de erfbelasting (voorheen successierecht). Fouten die gemaakt zijn door personeel op een andere afdeling van dezelfde eenheid doordat bijvoorbeeld binnengekomen informatie niet tijdig aan de aanslagregelende ambtenaar is doorgegeven, vormen een ambtelijk verzuim en leveren naderhand geen nieuw feit op.
 
Is bij het vaststellen van de aanslag echter een schrijf- of tikfout of daarmee gelijk te stellen vergissing, zoals een overname-of intoetsfout, begaan, dan is navordering wel mogelijk, tenminste als het voor een belastingplichtige duidelijk moet zijn geweest dat de aanslag op een dergelijke fout berustte.

Bron: Accountancynieuws 23082011  Kluwer Fiscaal+

Rechtbank Breda, 24 juni 2011, nr. AWB 10/3438

DeHypothekenMakelaar.nl



Laatste update: 23/08/2011 12:38.49