DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Kort dienstverband steeds vaker reden voor hogere ontslagvergoeding

 

De kantonrechtersformule is een richtlijn, geen wet. En in dit geval waren werknemer en werkgever het er over eens dat toepassing kantonrechtersformule tot een te lage vergoeding zou leiden.

 

 

De situatie

Een hoofd vastgoedbeheer komt op 1 juni 2010 in dienst bij een ziekenhuis. Op 10 februari 2011 heeft de  werknemer een werkoverleg met zijn leidinggevende. Die geeft aan dat hij ontevreden is over het functioneren. De werkgever bevestigt een en ander in een brief en geeft daarin ook aan dat partijen 1 week nemen om na te denken over de toekomst van de medewerker in het bedrijf. De werknemer reageert – ook schriftelijk. Hij herkent zich niet in de kritiek en hoopt op een constructief vervolggesprek. Er vindt nog een gesprek plaats op 28 februari. Kort daarop, op 3 maart 2011, stelt de werkgever de werknemer – per brief – op non-actief.  De werknemer verzoekt om opheffing van de non-actiefstelling en houdt zich beschikbaar voor werk. Op 17 maart geeft de werkgever aan dat terugkeer niet mogelijk is en er wordt gesproken over een vertrekregeling. Per brief biedt de werkgever een vergoeding aan van € 12.312, wat neerkomt op iets meer dan 2 bruto maandsalarissen. De werknemer accepteert dit voorstel niet en vraagt om een vergoeding van 12 maandsalarissen + emolumenten

 

De vordering De werkgever verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

 

Het oordeel De rechter oordeelt dat de werkgever zich niet als goed werkgever heeft gedragen. Er is geen bewijs van dat de werkgever de werknemer voor 10 februari 2011 heeft aangesproken op disfunctioneren. Daarnaast heeft de werkgever de werknemer geen kans gegeven zich te verbeteren maar heeft meteen ingezet op het vertrek van het hoofd vastgoedbeheer. Terwijl de werknemer aangaf bereid te zijn om een vervolggesprek aan te gaan, heeft de werkgever hem kort daarop op non-actief gesteld. Omdat voor de werkgever terugkeer onbespreekbaar is, is een vruchtbare samenwerking niet meer te verwachten.

 

 

De rechter ontbindt de overeenkomst per 1 juli 2011. De partijen zijn het er over eens dat de kantonrechtersformule bij een kort dienstverband als dit, 13 maanden, niet tot een redelijk resultaat leidt. De kantonrechter kent daarom een vergoeding naar billijkheid toe: € 45.000. Dat komt neer op ongeveer 8 maandsalarissen zonder emolumenten.

 

Bron: P&OActueel / mr. Ingrid Kooijman 24082011 /  JAR 2011/195 Kantonrechter Breda Afwijking kantonrechtersformule
Eerste aanleg 15 juni 2011

VerbijsterendAdvies.nl


 



Laatste update: 24/08/2011 10:31.31