DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

 

 

Rabo speculeert over economische verslechtering
In het nieuwe Economisch Kwartaalbericht gaan de economen van de Rabobank er vanuit dat het economisch relatief goed gaat. Europa ontworstelt zich langzaam maar zeker aan de schuldencrisis, de VS komt verder niet in de problemen met zijn overheidsschuld en ook de opkomende economieën, zoals China en Brazilië, groeien verder. Geen dubbele dip, geen crisis...Maar toch knaagt er iets. Op vele plekken benoemen de economen risico’s, meestal neerwaarts, die evenzovele slagen om de arm bij onze basisprojectie vormen. Om dat knagende gevoel enigszins te ondervangen, gaat de bank het Themabericht 'Negen scenario’s voor het niet uitkomen van hun voorspelling' expliciet in op 9 van die risico’s en hun gevolgen....

 

Themabericht 2011/23

Negen scenario’s voor het niet

uitkomen van onze voorspelling

R

In het nieuwe Economisch Kwartaalbericht

(EKB) gaan we ervan uit dat het economisch

relatief goed gaat. Europa ontworstelt zich

langzaam maar zeker aan de schuldencrisis, de

VS komen verder niet in de problemen met

hun overheidsschuld en ook de opkomende

economieën, zoals China en Brazilië, groeien

verder. Geen dubbele dip, geen crisis.

Maar toch. Er knaagt iets. Op vele plekken

benoemen we risico’s, meestal neerwaarts, die

evenzovele slagen om de arm bij onze basisprojectie

vormen. Om dat knagende gevoel

enigszins te ondervangen, gaan we in dit

Themabericht expliciet in op die risico’s en hun

gevolgen.

Waarom?

Waarom een raming uitbrengen terwijl je toch

weet dat die waarschijnlijk niet uitkomt? Deels

is dat een feit waarbij we ons neer moeten leggen.

Voorspellingen zijn met onzekerheden

omgeven. Onze modellen zijn naar hun aard

beperkt, waarbij de voorspellingen alleen de

meest waarschijnlijke uitkomst weergeven. Het

enige gereedschap dat dan overblijft voor een

econoom is varianten maken: stel nu dat dit of

dat gebeurt, wat zijn daarvan de consequenties?

Gezien het grote aantal risico’s, vrijwel

allen neerwaarts, leek ons de beste oplossing

om voor nu een aantal scenario’s op een rij te

zetten waarin onze raming niet uit gaat komen;

en dat de werkelijkheid wel eens anders

kan zijn dan we in ons EKB beschrijven. In

tijden van onzekerheid gaat het namelijk niet

alleen om voorspellen, maar vooral ook om het

voorzien van mogelijke ontwikkelingen.

Soorten risico’s

We beperken ons in dit Themabericht tot

risico’s die voortkomen uit de huidige economische

situatie. Daarbij gaat het om risico’s

die gerelateerd zijn aan besluitvormingsprocessen

(Europa, VS), monetair beleid,

economische ontwikkelingen in opkomende

economieën, geopolitiek en financiële markten.

Ook de hier onder genoemde scenario’s zijn

geen uitputtend lijstje.

1. De eurozone valt uit elkaar

Ons basisscenario is dat de eurozone zich uiteindelijk

uit de schuldencrisis weet te worstelen.

Een combinatie van meer bezuinigen,

structureel hervormen, maar ook een verdergaande

economische integratie met (gedeeltelijke)

onderlinge risicoafwenteling gaat dit

voor elkaar krijgen. Er is echter ook een geheel

ander scenario denkbaar, waarbij eurozonelidstaten

er niet in slagen om het systeemprobleem

aan te pakken maar voortdurend

achter de feiten blijven aanlopen. In dat geval

bestaat er een kans dat uiteindelijk bij de

tweesprong tussen ‘samen delen’ of ‘uit elkaar

gaan’, voor het laatste wordt gekozen. Onder

druk van de publieke opinie besluiten de sterke

eurozonelanden, onder aanvoering van Duitsland,

uit de eurozone te stappen omdat zij niet

langer willen opdraaien voor de problemen van

de zwakke lidstaten. Dit leidt tot een snelle

desintegratie waarin uiteindelijk een muntunie

overblijft van Duitsland-Frankrijk en een aantal

kleinere AAA satellieten, zoals Nederland, Finland,

Oostenrijk en Luxemburg daar omheen.

België kan daar onderdeel van zijn gezien de

historische banden. De zuidelijke lidstaten

gaan terug naar hun oude munten en een

enorme schok gaat door het (sterk vervlochten)

financiële systeem. Kapitaalvlucht leidt tot

nationalisatie van banken en hele banksystemen

in die landen. De Europese schuldencrisis

raakt niet onder controle, waardoor de schulden

van verschillende landen moeten worden

geherstructureerd.

De gevolgen van wanbetaling door de zuidelijke

lidstaten zorgen ook voor een schokgolf in

de rest van de eurozone. In de zwakke landen

Themabericht 2011/23: Negen scenario’s voor het niet uitkomen van onze voorspelling

september 2011 Rabobank Kennis en Economisch Onderzoek 2

resulteert dit in een jarenlange depressie. Maar

ook voor Nederland en de andere eurozonelanden

betekent dit een recessie die aanzienlijk

erger en langduriger is dan die van 2009.

2. De eurozone ‘light’

Dit is het sluipende eurocrisis-scenario. Crisislight.

Na veel hangen en wurgen wordt Griekenland

gered, het EFSF opgetuigd zoals afgesproken

en hoeft de ECB geen verdere steunaankopen

te doen voor de Zuid-Europese landen.

Maar tegenvallende bezuinigingsopbrengsten

in de probleemlanden zijn onvermijdelijk

en leiden uiteindelijk voor zowel Portugal als

Ierland tot de noodzaak van extra steunpakketten.

Meteen laait weer de discussie op of

het vangnet uitgebreid moet worden, want

Spanje en Italië komen direct onder marktdruk

te staan. Nieuwe, verlammende en langdurige

Europese onderhandelingen volgen die aanhoudend

schadelijk zijn voor sentiment en

bedrijfsfinanciering. Uiteindelijk valt de eurozone

niet uit elkaar, maar de gevolgen voor

economische groei en schuldposities van landen

zijn aanzienlijk. Door het trage ingrijpen is

de omvang van de steunpakketten en garantiestellingen

namelijk aanzienlijk hoger dan dat

ze bij snel en adequaat ingrijpen geweest

zouden zijn. En dat zal resulteren in jarenlang

lagere economische groei, ook in Nederland.

3. Dooremmerende Amerikaanse schuldenproblemen

Aan de andere kant van de oceaan zijn de

financiële en politieke problemen minstens

even erg als in Europa. De ‘oplossing’ die begin

augustus onder hoge druk is gekozen voor het

oplossen van de almaar stijgende overheidsschuld

is er een van uitstel. In november van

dit jaar moet een commissie, bestaand uit

Democraten en Republikeinen, komen met

concretere voorstellen die het tekort verder

terugdringen. Wij gaan er in onze ramingen

vanuit dat zij daarin slaagt. Maar stel dat dat

niet het geval gaat zijn. De ‘stress’ in de

financiële markten komt terug zoals die er was

vlak voor het verhogen van het schuldenplafond

begin augustus. S&P heeft al aangegeven

dat (opnieuw) verlagen van de kredietwaardigheid

van de VS tot de mogelijkheden

behoort als de commissie niet met een ‘afdoende’

advies komt.

Door dit afwaarderen van de kredietwaardigheid,

niet alleen door S&P maar ook door

andere beoordelaars, stijgt de rente op Amerikaanse

staatsobligaties. Ook komt de dollar

deze keer echt onder neerwaartse druk te

staan. Gevolg: oplopende inflatie in de VS,

paniek om toch met geloofwaardige bezuinigingen

te komen voor de verkiezingen en een

Amerikaanse ‘double dip’ met uitstraling naar

de rest van de wereld is een feit.

4. De onbekende monetaire wereld

De ongekende monetaire beleidsmaatregelen,

met als belangrijkste wapenfeiten de historisch

ongekend lage beleidsrente in de Westerse

wereld en de kwantitatieve verruiming, hebben

ertoe geleid dat het monetair beleid zich op

onbekend terrein bevindt.

Terwijl de markt in de VS lijkt te wachten op

een derde versie van deze verruimingsmaatregelen

(QE3) en de Fed heeft aangegeven in

ieder geval tot in 2013 de beleidsrente niet te

gaan verhogen, is het wel de vraag (1) wat het

effect is van extra monetaire beleidsmaatregelen

en (2) hoe zonder schade het monetaire

geschut weer veilig kan worden gestald.

Op beide vragen is nu nog geen definitief antwoord

te geven. Het feit dat, ondanks verregaande

monetaire verruiming in de VS, de

werkloosheid nog steeds hoog en de economie

nog niet terug op de rails is, geeft te denken.

Hoe kan extra verruiming dan wel een bijdrage

leveren?

Daarbij wordt het een zeer grote uitdaging om

al het monetaire beleid met de goede timing

terug te draaien. Te vroeg het geschut stallen

betekent een grotere kans op recessie; te laat

de kanonnen uitzetten ook. In het eerste geval

met mogelijk deflationaire risico’s, in het tweede

geval inflatoir. Voor de Fed lastig laveren

Themabericht 2011/23: Negen scenario’s voor het niet uitkomen van onze voorspelling

september 2011 Rabobank Kennis en Economisch Onderzoek 3

tussen die twee uitersten, met als het fout

gaat grote gevolgen voor de economische

groei. Niet alleen in de VS, maar ook in Europa

en Nederland.

5. Deleveraging-deflatie

Aan beide zijden van de Atlantische oceaan

worden de schuldenproblemen in dit scenario

op een, in de ogen van de financiële markten,

geloofwaardige manier aangepakt. Dat betekent

dat overheden in zowel de eurozone als in

de VS vooral bezuinigen. Doordat het vertrouwen

van burgers en bedrijfsleven al dusdanig

is geschaad, komt daardoor een nieuwe recessie

dichtbij, vooral omdat bedrijven die het al

moeilijk hadden nieuwe ontslagrondes doorvoeren,

de banken de kredietkranen dichtdraaien

en huishoudens als gevolg hiervan de

hand op de knip houden. Grondstoffenprijzen

dalen sterk, ook omdat opkomende economieën

worden meegetrokken in de recessiespiraal.

De inflatie neemt af en de onderliggende

deflatoire trend wordt zichtbaar.

Monetaire beleidsmakers verlagen rentes tot

het nulpunt (voor zover dat nog mogelijk is),

maar moeten uiteindelijk ook verdere kwantitatieve

verruimingsmaatregelen doorvoeren

om de deflatoire tendensen te bestrijden. De

maatregelen hebben slechts beperkt effect en

uiteindelijk dalen ook langetermijnkapitaalmarktrentes

tot nieuwe dieptepunten. Een

sterke vervlakking van de rentecurve komt tot

stand, vooral op het lange stuk van de curve.

Dit zet de Nederlandse pensioensector onder

zware druk, omdat de meeste pensioenfondsen

door de lagere rentes en lagere aandelenkoersen

ruim onder de vereiste dekkingsgraad

terechtkomen. Dit is echter nog maar een deel

van de economische ellende die ons te wachten

staat. Als deflatie echt ‘in de hoofden’ van

mensen zit, verlamt zij het economische

proces. Als je weet dat morgen spullen goedkoper

zijn dan vandaag, stel je een aankoopbeslissing

uit. En als schulden in reële termen

hoger worden, gaan ondernemers niet meer

lenen om te investeren.

6. Een nieuwe financiële crisis

De recente koersdalingen op de beurs, maar

ook de stijging van de risicopremies voor overheden,

banken en bedrijfsleven en het nagenoeg

stilvallen van de interbancaire geldmarkt

zijn allemaal signalen dat het niet goed gaat op

de financiële markten. Ingegeven door de politieke

onzekerheden kan ook de aanhoudende

onrust zelfstandig een nieuwe recessie inluiden.

Het is op dit moment al duurder voor

banken om financiering rond te krijgen, en dat

heeft ook zijn weerslag op de kredietverlening

voor bedrijven. De nieuwe regulering die op

banken afkomt, zoals Basel III, verergert dit

probleem. Weliswaar zorgt zij uiteindelijk voor

een stabieler financieel systeem, maar op de

weg er naartoe betekent het dat banken minder

en/of alleen tegen een hogere rente krediet

kunnen verstrekken. Daarnaast zorgen de

vermogensverliezen op de beurs ervoor dat

(institutionele) beleggers hun financiële zaken

weer op orde moeten krijgen. Dat betekent

meer sparen en minder uitgeven. Dit kan

leiden tot een negatieve spiraal, van lagere

consumptie, een lagere effectieve vraag, minder

investeringen en een nieuwe recessie.

7. China uit koers

Voor een belangrijk deel is de groei in China

gedreven door investeringen waarbij de overheid

een grote vinger in de pap heeft. Dit leidt

tot een grotere productiecapaciteit. Uiteindelijk

moeten die spullen ook worden gekocht – het

liefst door de Chinezen zelf. Een transformatie

Laatste update: 08/09/2011 18:17.35