DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Premie Anw-hiaatverzekering desgewenst aftrekbaar


De Advocaat-Generaal van de Hoge Raad stelt (nr. 10/03582) dat de premie vrijwillige ANW-hiaatverzekering kan worden aangemerkt als lijfrentepremie. Dit in tegenstelling tot de mening van de belastinginspecteur, de rechtbank en het hof.


Werknemer M is in dienst bij werkgever Y die verplicht is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds voor het Schilders, Afwerkings-, en Glaszetbedrijf (Bpf). M neemt deel in de verplichte pensioenregeling bij het Bpf. De Bpf-regeling biedt daarnaast de mogelijkheid tot vrijwillige deelname aan een ANW-vangnetverzekering.
­
Y heeft uitdrukkelijk aangegeven niet betrokken te willen worden bij de vrijwillige ANW-verzekering en de bijbehorende premiebetaling. M heeft in 1996 de ANW-verzekering daarom zelf rechtstreeks bij het Bpf afgesloten. M betaalt de premies voor de ANW-verzekering ook rechtstreeks aan het Bpf. In de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2003 trekt M de premie af. De belastinginspecteur weigert de aftrek. M maakt hiertegen bezwaar.
­
Rechtbank Haarlem en later het Hof Amsterdam stellen de belastinginspecteur in het gelijk. Zij overwegen dat de betaalde premies niet als vrijwillig betaalde pensioenpremie kunnen worden aangemerkt, omdat het directe verband tussen de dienstbetrekking en de ANW-verzekering niet aanwezig is.
­
Overeenkomstig de wens van Y is de ANW-verzekering immers geheel buiten Y om tot stand gekomen. Ook verloopt de premiebetaling niet via Y, maar rechtstreeks via het Bpf. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de betaalde premies ook niet als lijfrentepremie aangemerkt kunnen worden. De ANW-verzekering kent namelijk geen expliciet in de polis opgenomen afkoopverbod. Dat het afkoopverbod dwingendrechtelijk in de Pensioen- en Spaarfondsenwet is geregeld, doet daar niets aan af.

­
M gaat in cassatie tegen de uitspraak. In cassatie komt de A-G tot een andere conclusie ten aanzien van de aftrekbaarheid van de betaalde premies als lijfrentepremie. De A-G stelt dat de ANW-verzekering een zuiver risico-karakter heeft. Dit zuivere risico-karakter maakt dat er in de verzekering geen waardeopbouw plaatsvindt en dat er bij afkoop van de verzekering dus ook nooit een recht op uitkering kan ontstaan. Het opnemen van een expliciet afkoopverbod in de verzekering dient daardoor geen doel en kan daarom ook niet als argument dienen om de aftrek als lijfrentepremie te weigeren.
­
De A-G concludeert dat het beroep van M gegrond moet worden verklaard en de betaalde premies voor de ANW-verzekering in aftrek moeten worden toegelaten.

Afkoopverbod


De conclusie van de A-G is opmerkelijk, omdat een expliciet afkoopverbod in de polis tot op heden als absolute voorwaarde werd beschouwd om lijfrentepremies af te kunnen trekken. De A-G oordeelt in dit geval anders, omdat er bij een risicoverzekering zoals die in deze zaak aan de orde was nooit een afkoopwaarde beschikbaar kan komen. Het afkoopverbod in de polis kan dan volgens de A-G geen absolute voorwaarde meer zijn om de lijfrentepremie op het inkomen in aftrek te kunnen brengen.
­
De situatie waarin de risicoverzekering wel een reservewaarde heeft – wat vaak het geval is bij risicoverzekeringen tegen een gelijkblijvende premiebetaling – maar er contractueel is afgesproken dat de verzekering geen afkoopwaarde heeft, leidt volgens de A-G tot dezelfde conclusie. Ook dan hoeft volgens de A-G niet expliciet een afkoopverbod in de polis vermeld te zijn.
­
De Hoge Raad velt een definitief oordeel op basis van het advies van deze A-G.

 

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden 02102011

DeHypothekenMakelaar.nl



Laatste update: 03/10/2011 09:29.55