DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

WOZ beoordeeld: Waarde lidmaatschapsrecht vereniging van eigenaren geen onderdeel van WOZ-waarde

4 oktober 2011

Samenvatting

Hof Arnhem heeft onlangs beslist dat de waarde van het lidmaatschapsrecht vereniging van eigenaren (VvE) geen onderdeel is van de WOZ-waarde van het appartement / onroerende zaak van de individuele VvE-leden. De procedure voor het hof had betrekking op een recreatiepark met vrijstaande recreatiewoningen plus een beheerderswoning die het gezamenlijk eigendom van de VvE was. De WOZ-waarde wordt verminderd met het aandeel van een eigenaar-bewoner in de VvE (in dit geval 1/41ste deel van de waarde van de beheerderswoning). De VvE ontving voor deze woning ook een afzonderlijke WOZ-beschikking en betaalde daarvoor onroerendezaakbelastingen en rioolrecht.

Volledig artikel
De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) hanteert ‘de waarde’ als maatstaf voor de waardering van onroerende zaken. Daarbij wordt uitgegaan van de ficties dat een onroerende zaak moet worden gewaardeerd alsof men de volle en onbezwaarde eigendom kan overdragen aan de verkrijger én dat de onroerende zaak vrij van huur en gebruik is. De waarde is de waarde in het economische verkeer ofwel “de prijs welke door de meest biedende gegadigde besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding”.
 
Hof Arnhem heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de waarde van het lidmaatschapsrecht vereniging van eigenaren (VvE) onderdeel is van de WOZ-waarde van het appartement / onroerende zaak van de individuele VvE-leden. De zaak was als volgt.
 
Een recreatiepark bestond uit een aantal vrijstaande recreatiewoningen en een beheerderswoning. Het recreatiepark was eigendom van een VvE. Iedere eigenaar was verplicht lid van de VvE en het lidmaatschapsrecht moest gelijk met een recreatiewoning worden verkocht. De VvE was ook eigenaar van de beheerderswoning. Elke eigenaar-bewoner van een recreatiewoning kreeg een WOZ-beschikking voor de woning +  een aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) en rioolbelasting. De VvE kreeg een beschikking WOZ-waarde voor de beheerderswoning. De VvE stelde de beheerderwoning gratis aan de beheerder van het recreatiepark ter beschikking. In ruil voor het gratis woongenot verrichtte de beheerder werkzaamheden voor de VvE zonder bijkomend salaris.
 
Een man was eigenaar-bewoner van een recreatiewoning op het park. Zijn aandeel in de VvE was 1/41ste deel. Hij ontving een WOZ-beschikking voor het jaar 2008 en 2009. De man maakte daartegen bezwaar en stelde dat de waarde van het lidmaatschapsrecht in mindering moest worden gebracht op de vastgestelde WOZ-waarde. Hij berekende de vermindering door 1/41ste deel van de waarde van de beheerderswoning te nemen plus een bedrag aan de waarde van dienstverlening door de beheerder. De gemeente was echter van mening dat het lidmaatschapsrecht in beginsel helemaal geen waarde had, en -als het hof het daarmee niet eens was- de vermindering van de WOZ-waarde niet hoger was dan 1/41ste deel van de waarde van de beheerderswoning. De zaak kwam uiteindelijk voor Hof Arnhem.
 
Het hof wees op de wettelijke bepaling over de waarde als heffingsmaatstaf voor de Wet WOZ. Het hof stelde vast dat het lidmaatschap van de VvE tegelijk met een recreatiewoning moet worden verkocht. Hieraan verbond het hof de gevolgtrekking dat als het lidmaatschap een waarde heeft, deze waarde niet tot de waarde van de recreatiewoning behoort. In de prijs die de meest biedende gegadigde bereid is te betalen voor de onroerende zaak en het bijbehorende lidmaatschapsrecht tezamen, moet voor de bepaling van de WOZ-waarde het gedeelte eruit gefilterd worden dat betrekking heeft op het lidmaatschapsrecht. Het hof verwierp daarom het standpunt van de gemeente dat het lidmaatschapsrecht helemaal geen waarde had. De gemeente had volgens het hof wel aannemelijk gemaakt dat de vermindering van de WOZ-waarde van de recreatiewoning op 1/41ste deel van de WOZ-waarde van de beheerderswoning moest worden gesteld. Het hof zag geen aanleiding voor een bijkomende vermindering wegens arbeidsvergoeding aan de beheerder. Deze ontving in ruil voor zijn werkzaamheden het gratis woongenot van de beheerderswoning en partijen hadden deze afspraak als onafhankelijke partijen gemaakt.
 Het hof verminderde daarop de WOZ-waarde van de woning voor de jaren 2008 en 2009 met 41ste deel van de WOZ-waarde van beheerderswoning.
 
Bron: PWC 05102011 / Hof Arnhem, 20-9-2011, nrs. 10/00488 en 10/00489 (gepubliceerd 30-9-2011).

DeHypothekenMakelaar.nl



Laatste update: 05/10/2011 09:33.55