DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Stamrechtspaarrekening: de situatie bij overlijden

Bij een bancair goudenhanddrukstamrecht moet bij overlijden de uitkering in beginsel plaatsvinden aan personen binnen de beperkte kring van gerechtigden.


 Deze bestaat uit de volgende personen:

  • de (gewezen) echtgenoot of de (gewezen) geregistreerd partner van de (ex-)werknemer;
  • diegene die met de (ex-)werknemer een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert of heeft gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat. Ouders of kinderen vallen hier dus niet onder;
  • kinderen, stiefkinderen of pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt.


Zowel in de opbouw(uitstel)fase als in de uitkeringsfase moet eerst gekeken worden of personen binnen de beperkte kring van gerechtigden aanwezig zijn. Ook moet uit de overeenkomst met de bank of beleggingsinstelling blijken dat een 'begunstiging' binnen de beperkte kring van gerechtigden van toepassing is.
­
Als het overlijden van de (ex-)werknemer tijdens de opbouw(uitstel)fase plaatsvindt, dan moet onmiddellijk na het overlijden een uitkeringsrekening worden geopend door de persoon binnen de beperkte kring van gerechtigden die is opgenomen in de stamrechtovereenkomst en die tevens erfgenaam is van de stamrechtrekening.
­
De uitkeringsrekening moet, afhankelijk van wie de persoon binnen de kring van gerechtigden is, aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • voor een (gewezen) echtgenoot/partner geldt dat de uitkeringsperiode moet voldoen aan een minimale looptijd zoals in de wet opgenomen;
  • voor een (pleeg-/stief)kind die de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft bereikt op het moment van ontvangen van de eerste uitkering, geldt dat het aantal uitkeringsjaren nooit meer mag bedragen dan het aantal jaren dat het kind jonger is dan 30 jaar.

Als het overlijden van de (ex-)werknemer tijdens de uitkeringsfase plaatsvindt, dan gaan de resterende uitkeringen over op de (gewezen) echtgenoot/partner en/of kinderen die de leeftijd van dertig jaar nog niet hebben bereikt.
­
Komt de stamrechtrekening op grond van bovenstaande tot uitkering, dan vinden de inhoudingen van loonheffing in dit geval plaats bij de partner en/of kinderen onder de dertig jaar. Voor de Successiewet geldt dat de verkrijging uit de stamrechtrekening is vrijgesteld van erfbelasting. Voor de partner geldt echter dat de helft van de waarde van de aanspraak in mindering wordt gebracht op de algemene vrijstelling van € 603.600 (bedrag 2011). Na deze inkorting blijft nog een minimale vrijstelling over van € 155.930 (bedrag 2011).
­
Als niemand binnen de beperkte kring van gerechtigden aanwezig is op het moment van overlijden van de rekeninghouder, wordt het tegoed op de rekening op het onmiddellijk aan het tijdstip van overlijden voorafgaande moment aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Er vindt op dat moment progressieve heffing plaats bij de overledene. Het saldo van de stamrechtrekening na vermindering met de loonheffing gaat vervolgens over op de erfgenamen. De erfgenamen moeten over dit bedrag erfbelasting betalen. Dit geldt zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase.
­
In alle situaties moet de 'begunstiging' gedragen worden door zowel het huwelijksvermogensrecht en/of het erfrecht als de bancaire stamrechtovereenkomst. Met andere woorden: de begunstigden komen uitsluitend in aanmerking voor de termijnen als zij in de stamrechtovereenkomst als gerechtigden zijn opgenomen
en op grond van het huwelijksvermogensrecht en/of erfrecht zijn gerechtigd tot de nalatenschap.

 

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden 25102011

 

VerbijsterendAdvies.nl

 

 



Laatste update: 26/10/2011 10:56.43