DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Waarde onzakelijke lening is onderdeel van de verkrijgingsprijs voor liquidatieverliesregeling

Samenvatting

Een afwaarderingsverlies op een lening kan in principe worden afgetrokken van de winst. Als echter sprake is van een zogeheten ‘onzakelijke lening’, dan is een dergelijk afwaarderingsverlies niet aftrekbaar (zie bijvoorbeeld BN 2 december 2010 hyperlink 1). Een onzakelijke lening is, kort gezegd, een lening die is verstrekt door een verbonden partij, die een niet verbonden bank niet zou hebben verstrekt vanwege het grote debiteurenrisico. De (verbonden) crediteur van de lening heeft de lening dan verstrekt in haar hoedanigheid van aandeelhouder. Met betrekking tot onzakelijke leningen bestond onduidelijkheid over de vraag of bij liquidatie het verlies op de lening wél in aftrek kan worden gebracht als onderdeel van een liquidatieverlies. Deze vraag is recent door de Hoge Raad bevestigend beantwoord.

Volledig artikel

Een afwaarderingsverlies op een lening kan in principe worden afgetrokken van de winst. Als echter sprake is van een zogeheten ‘onzakelijke lening’, dan is een dergelijk afwaarderingsverlies niet aftrekbaar (zie bijvoorbeeld BN 2 december 2010) Een onzakelijke lening is, kort gezegd, een lening die is verstrekt door een verbonden partij, die een niet verbonden bank niet zou hebben verstrekt vanwege het grote debiteurenrisico. De (verbonden) crediteur van de lening heeft de lening dan verstrekt in haar hoedanigheid van aandeelhouder. Met betrekking tot onzakelijke leningen bestond onduidelijkheid over de vraag of bij liquidatie het verlies op de lening wél in aftrek kan worden gebracht als onderdeel van een liquidatieverlies. Deze vraag is recent door de Hoge Raad bevestigend beantwoord.  De zaak was vereenvoudigd weergegeven als volgt.
 
Een Nederlandse vennootschap richtte in 1998 een Duitse dochtervennootschap op en verstrekte aan deze dochter een lening. Met betrekking tot deze lening werden geen zekerheden of borgstellingen overeengekomen. Vervolgens leed de dochter verliezen waarna zij uiteindelijk in 2001 werd geliquideerd. Daarbij leed de Nederlandse vennootschap een verlies op haar lening. Zij wilde het bedrag van het verlies daarom optellen bij de boekwaarde van haar Duitse deelneming. Bij de liquidatie van de deelneming zou zij het bedrag van de lening dan als onderdeel van het liquidatieverlies in aanmerking kunnen nemen. Daar was de inspecteur het echter niet mee eens.
 
Het hof oordeelde dat sprake was van een onzakelijke lening, onder meer op basis van het relatief geringe eigen vermogen (ten opzichte van de leningen) en het feit dat geen zekerheden waren overeengekomen. Bovendien oordeelde het hof dat het bedrag van het verlies niet kon worden opgeteld bij de verkrijgingsprijs van de deelneming. Volgens het hof kon het bedrag van het verlies alleen bij de verkrijgingsprijs van de deelneming worden opgeteld als sprake was van een lening die fiscaal als eigen vermogen dient te worden gekwalificeerd. Omdat ook fiscaal gezien sprake was van een lening en niet van kapitaal, kon het bedrag van het verlies volgens het hof niet bij de verkrijgingsprijs van de deelneming worden opgeteld. Tegen deze uitspraak ging belanghebbende met succes in cassatie. Volgens de Hoge Raad dient een afwaarderingsverlies op een onzakelijke lening wel te worden opgeteld bij de verkrijgingsprijs van de deelneming, zodat dit afwaarderingsverlies bij liquidatie als onderdeel van het liquidatieverlies in aftrek kon worden gebracht. De Hoge Raad overwoog daarbij dat het verlies voortvloeit uit het debiteurenrisico dat door de vennootschap in haar hoedanigheid van aandeelhouder was aanvaard.

Bron: PWC 25 november 2011 / Hoge Raad 

VerbijsterendAdvies.nl

 



Laatste update: 26/11/2011 12:11.25