DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Hoge Raad geeft criteria voor afbakening soortaandelen (aanmerkelijk belang)

Samenvatting

De Hoge Raad heeft onlangs in twee arresten criteria gegeven voor de vaststelling of aandelen in een vennootschap kwalificeren als een afzonderlijke soort voor de aanmerkelijkbelangregeling (box 2 Wet inkomstenbelasting 2001). De Hoge Raad is van oordeel dat sprake is van verschillende soorten aandelen in de volgende gevallen: 1. Er is sprake van een bijzondere gerechtigdheid tot een vermogensbestanddeel of een reserve van de vennootschap (zoals het geval is bij letteraandelen met een eigen dividendreserve). 2 Tussen verschillende soorten aandelen bestaat uitsluitend een verschil met betrekking tot de besluitvorming over uitkeringen van winst of vermogen van de vennootschap. In beide procedures hadden Hof Den Haag en Hof Arnhem uitspraak gedaan aan de hand van andere criteria. De Hoge Raad heeft daarom beide hofuitspraken vernietigd en de procedures verwezen naar Hof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van de criteria van de Hoge Raad.

Volledig artikel

Volgens de Wet inkomstenbelasting is onder meer sprake van een aanmerkelijk belang als een aandeelhouder al dan niet samen met de (fiscale) partner direct of indirect ten minste het bezit heeft van 5% of meer van het geplaatste kapitaal van een vennootschap. Daarnaast kan een aandeelhouder van soortaandelen ook een aanmerkelijk belang hebben indien de aandeelhouder ten minste 5% van het geplaatste kapitaal van deze soort bezit. Er is sprake van dezelfde soort (certificaten van) aandelen als deze aandelen dooreen leverbaar zijn, dat wil zeggen indien de daaraan verbonden rechten - blijkens de statuten en ook feitelijk - identiek zijn. Zijn de aandelen niet dooreen leverbaar dan spreken we van een aparte soort aandelen. De aandelen zijn zogezegd niet onderling vervangbaar.

Bepaalde verschillen in niet-vermogensrechtelijke rechten in aandelen leiden niet tot een afzonderlijke soort aandelen. De aanmerkelijkbelangregeling (ab-regeling) bevat hiervoor zelfs uitdrukkelijk een gelijkstellingsbepaling. Gewone aandelen in een vennootschap en de aandelen in die vennootschap die zich daarvan onderscheiden uitsluitend doordat aan die aandelen een benoemingsrecht, het recht de naam van de vennootschap te mogen bepalen of een met die rechten vergelijkbaar recht is verbonden, of doordat ter zake van die aandelen een bijzondere aanbiedingsregeling of een daarmee vergelijkbare regeling geldt, worden beschouwd als behorende tot één soort.

Voorbeelden van soortaandelen zijn (cumulatief) preferente aandelen en onder omstandigheden ook letteraandelen. Letteraandelen (aandelen die worden aangeduid met een letter en waarbij sprake is van aparte dividendreserves) kunnen onder omstandigheden ook soortaandelen zijn, maar zijn dat niet per definitie. Dit is zelfs niet het geval als de nominale waarde van de aandelen van de series verschilt. Zolang de gerechtigdheid tot de reserves van de vennootschap en het stemrecht in gelijke verhouding staat tot de hoogte van de nominale waarde is op zichzelf beschouwd geen sprake van een aparte soort. Bepalend is of de aandeelhouder tot andere reserves of andere vermogensbestanddelen van de vennootschap gerechtigd is dan andere aandeelhouders. Als de rechten identiek zijn, maar de serieaanduiding verschilt, dan is toch sprake van één soort.
 
De Hoge Raad heeft onlangs in twee arresten criteria gegeven voor de vaststelling of aandelen in een vennootschap kwalificeren als een afzonderlijke soort voor de aanmerkelijkbelangregeling (box 2 Wet inkomstenbelasting 2001). De Hoge Raad is van oordeel dat sprake is van verschillende soorten aandelen in de volgende gevallen:

  1. Er is sprake van een bijzondere gerechtigdheid tot een vermogensbestanddeel of een reserve van de vennootschap (zoals het geval is bij letteraandelen met een eigen dividendreserve).
  2. Tussen verschillende soorten aandelen bestaat uitsluitend een verschil met betrekking tot de besluitvorming over uitkeringen van winst of vermogen van de vennootschap.

In beide procedures hadden Hof Den Haag en Hof Arnhem uitspraak gedaan aan de hand van andere criteria. De Hoge Raad heeft daarom beide hofuitspraken vernietigd en de procedures verwezen naar Hof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van de criteria van de Hoge Raad.

Bron: PWC 20122011 / Hoge Raad, 16-12-2011, nrs. 10/00158 en 10/00610.

DePensioenMakelaar.nl

 



Laatste update: 20/12/2011 09:31.23