DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Pensioenverweer een krachtig wapen

 

Op grond van het Burgerlijk Wetboek (1:153 lid 1 BW) kan de rechter bepalen dat een verzochte echtscheiding voorlopig wordt opgeschort. Voorwaarde is wel dat, door de echtscheiding, een bestaand vooruitzicht op uitkeringen die verband houden met het vooroverlijden van de partner aanzienlijk wordt verlaagd of zelfs helemaal komt te vervallen. De echtscheiding kan pas worden toegewezen nadat een voorziening is getroffen die, gelet op de omstandigheden van het geval, ten opzichte van beide echtgenoten billijk is te achten. Dit wordt het pensioenverweer genoemd.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft hierover  op 3 mei 2016 een uitspraak gedaan inzake pensioenverweer, die op 10 mei 2016 is gepubliceerd.

De casus
Man en vrouw zijn in 1997 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, die vervolgens in 2003 en 2010 zijn gewijzigd. Ten aanzien van pensioenen is met betrekking tot scheiding het volgende vastgelegd: 

Ten aanzien van pensioenen is met betrekking tot scheiding het volgende vastgelegd: 

“de opgebouwde pensioenaanspraken worden verevend conform het bepaalde in artikelen 2 en 3 van de Wet Verevening Pensioenrechten bij echtscheiding, met dien verstande dat in afwijking van het in artikel 3 van deze wet bepaalde:

1.                     de vrouw recht op uitbetaling zal verkrijgen jegens haar pensioenuitvoerder(s) ter grootte van eenhonderd procent (100%) en jegens pensioenuitvoerder(s) van haar echtgenoot ter grootte van veertig procent (40%) over het totaal opgebouwde pensioen bij pensionering;

2.                     de man een recht op uitbetaling zal verkrijgen jegens zijn pensioenuitvoerder(s) ter grootte van zestig procent (60%) en jegens de pensioenuitvoerder(s) van zijn echtgenote nihil (0%);

3.                     sub a en b zijn gebaseerd op de afspraak dat de periode waarover zal worden verevend niet zal zijn de huwelijkse periode, maar de periode vanaf één januari negentienhonderd zesennegentig tot aan de pensionering van de man, ongeacht of echtgenoten met elkaar zijn gehuwd.

De man zal de rechten van de vrouw op het ouderdomspensioen, voortvloeiende uit zijn participatie in het United Nations Joint Staf Pension Fund, afkopen door betaling van een afkoopsom aan de vrouw. De hoogte van deze afkoopsom is gesteld op het maximale bedrag dat de man als eenmalige betaling kan laten uitkeren bij zijn pensionering op grond van het reglement van het United Nations Joint Staf Pension Fund (thans geschat op een bedrag van US Dollar vijfhonderdvierenveertigduizend achthonderdvijfenvijftig euro ($ 544.855,00) bij pensionering per éénendertig december tweeduizend negentien).” 

Dit is dus de verdeling van het ouderdomspensioen. Het bijzonder partnerpensioen valt immers niet onder de Wet VPS.

Partnerpensioen
De man is werkzaam bij het United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees (hierna: UNRWA) In het VN-pensioenreglement is ten aanzien van het partnerpensioen, voor zover hier van belang, bepaald dat:

·                      bij overlijden van de man tijdens het huwelijk en tijdens zijn dienstverband met de VN de vrouw recht heeft op een partnerpensioen van 50% van het ouderdomspensioen van de man;

·                      bij overlijden van de man tijdens het dienstverband met de VN, maar na beëindiging van het huwelijk heeft de vrouw recht op partnerpensioen ingeval van overlijden van de man binnen 15 jaar na het eindigen van het huwelijk;

·                      in geval van overlijden van de man 15 jaar of langer na het eindigen van het huwelijk, de vrouw slechts recht heeft op partnerpensioen indien de man dan nog steeds alimentatie zou zijn verschuldigd. Bovendien is het bedrag van het pensioen gemaximeerd tot die alimentatie.

Het resultaat van dit alles is dat, als de man binnen 15 jaar na de scheiding zou overlijden en op dat moment zou zijn getrouwd, het partnerpensioen voor de vrouw zal afnemen van $ 54.819 naar ongeveer $ 30.000. Komt de man later te overlijden, hetgeen zeer waarschijnlijk is, ontvangt de vrouw geen bijzonder partnerpensioen. Met andere woorden een aanzienlijke vermindering of zelfs verlies van het partnerpensioen in het vooruitzicht.

Beslissing
Hof Amsterdam komt tot de volgende beslissing:

1.                     Niet is komen vast te staan dat de scheiding in overwegende mate is te wijten aan de vrouw.

2.                     Het is niet onwaarschijnlijk dat, gezien de omstandigheden van het geval, het uitzicht op partnerpensioen in ernstige mate kan verminderen of zelfs kan wegvallen.

3.                     Het hof is met de vrouw van oordeel dat van de vrouw redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat zij over voldoende middelen zal beschikken om het verlies aan partnerpensioen in voldoende mate te compenseren en dat van haar kan niet worden verwacht dat zij haar huis zou moeten verkopen.

Alvorens tot echtscheiding kan worden besloten, moet eerst een billijke nabestaandenvoorziening voor de vrouw worden getroffen.

Bron: WFTNU 01062016

DePensioenMakelaar.nl

 



Laatste update: 01/06/2016 09:01.39