DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Uitkering uit ongevallenverzekering belastbaar loon

Een werkgever heeft ten behoeve van haar werknemers een collectieve verzekering gesloten met een dekking van 24 uur per etmaal voor ongevallen die blijvende invaliditeit of overlijden tot gevolg hebben. De werkgever voldoet de premie voor de ongevallenverzekering en is aangewezen als begunstigde voor uitkeringen uit hoofde van de ongevallenverzekering.
In mei 2008 overlijdt een werknemer door een ongeval buiten werktijd en buiten de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van de werkgever. Zijn echtgenote ontvangt in juli 2008 als erfgename een ongevallenuitkering van € 50.000 van de werkgever. Op deze ongevallenuitkering houdt de werkgever een bedrag aan loonheffing in. De echtgenote is het met deze inhouding niet eens.

In de Wet op de loonbelasting is een vrijstelling opgenomen voor
aanspraken op uitkeringen wegens overlijden of invaliditeit ten gevolge van een ongeval. Is er sprake van een dergelijke aanspraak, dan dient als gevolg van de omkeerregel de uitkering belast te worden. Verder is in de URLB bepaald dat de aanspraak op een ongevallenverzekering tot de vrije verstekkingen behoort indien de verzekerde uitkering uitsluitend betrekking heeft op ongevallen tijdens de vervulling van de dienstbetrekking.

Zowel de rechtbank als het hof oordeelde in deze zaak dat de door de werkgever toegekende aanspraak aan de voorwaarden voor toepassing van de vrijstelling voldeed en dat de uitkering derhalve terecht in de loonheffing was betrokken. In cassatie voert de echtgenote aan dat de vrijstellingsbepaling zich beperkt tot ongevallen die zich hebben voorgedaan in het kader van de dienstbetrekking. Naar het oordeel van de Hoge Raad vindt deze uitleg echter geen steun in de tekst of strekking van de wetsbepaling. Ook haar stelling dat de wetsbepaling niet het oog heeft op eenmalige uitkeringen wijst de Hoge Raad van de hand. Immers, uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de wetgever bij de vrijstellingsbepaling mede het oog heeft gehad op aanspraken die recht geven op eenmalige uitkeringen.

Tot slot voert de vrouw nog aan dat sprake is van een ongeoorloofd verschil in behandeling ten opzichte van uitkeringen die plaatsvinden op grond van een ongevallenverzekering die is gesloten door de werknemer, en waarvoor hij de premie(s) heeft voldaan uit een vergoeding van de werkgever. Ook deze stelling faalt naar het oordeel van de Hoge Raad. Deze uitkeringen behoren niet tot het loon, omdat zij voortvloeien uit een door de werknemer gesloten verzekering en niet uit een door de werkgever toegekende aanspraak. De zogenoemde omkeerregel voor uitkeringen uit een vrijgestelde aanspraak is daarom niet van toepassing op dergelijke uitkeringen. Daarbij is niet van belang of de vergoeding van de werkgever al dan niet is vrijgesteld. Deze uitkeringen worden evenmin anderszins uit de dienstbetrekking genoten.

In dit arrest doet de Hoge Raad een aantal interessante overwegingen. Allereerst ten aanzien van de stelling dat de vrijstellingsbepaling uit de Wet op de loonbelasting zich beperkt tot ongevallen die zich hebben voorgedaan in het kader van de dienstbetrekking. Met deze stelling veronderstelt de echtgenote dat de URLB een nadere uitwerking is van de vrijstellingsbepaling in de Wet op de loonbelasting. De Hoge Raad wijst deze stelling terecht af. In zijn beschouwingen bij deze zaak geeft A-G Van Ballegooijen aan dat er wel samenloop tussen beide bepalingen mogelijk is (bijvoorbeeld in het geval van een ongevallenverzekering die ziet op ongevallen tijdens de vervulling van de dienstbetrekking die overlijden of invaliditeit tot gevolg hebben), maar dat in dat geval de bepaling in de URLB moet wijken voor die in de Wet op de loonbelasting (onderdeel 9.5 van zijn conclusie).

Eveneens interessant is de overweging van de Hoge Raad inzake het vermeende ongeoorloofde verschil in behandeling tussen loon in natura en loon in geld. In de vakliteratuur is veelal gesteld dat belastingheffing over een ongevallenuitkering kan worden vermeden door de werknemer zelf de verzekeringsovereenkomt aan te laten gaan en de werkgever de premie te laten vergoeden. De gedachte hierbij is dat op het moment dat de werkgever de premie al dan niet belastingvrij (afhankelijk van de vraag of het een polis betreft die uitsluitend betrekking heeft op ongevallen tijdens de dienstbetrekking) vergoedt, de loonsfeer wordt verlaten en aan toepassing van de omkeerregel dan niet meer kan worden toegekomen. De minister en staatssecretaris van Financien zijn echer van mening dat in deze gevallen de uitkering wel degelijk belast moet worden (zie de toelichting op de URLB en uitlatingen in diverse beleidsbesluiten). De Hoge Raad geeft in dit arrest aan de visie van de minister en de staatssecretaris niet te delen.

Bron: SDU

VerbijsterendAdvies.nl  

Wet: art. 10, 11 Wet LB 1964; art. 44 URLB
Jurisprudentie: HR 25-11-2011, nr. 10/03216 (LJN: BQ6118); Hof Den Haag 25-06-2010, nr. 09/00892; Conclusie AG 26-04-2011, nr. 10/03216
Bron: MvF 13-02-2001, nr. CPP2000/3210; MvF 25-06-2004 (CPP2004/412M); MvF 29-11-2010, nr. DGB2010/5419M (Strcrt 2010, 19356)  (29-11-2011)




Laatste update: 20/10/2016 11:48.00