DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

 

 

 

 

 

 

Overkreditering van ruim miljoen kost Rabobank vijf ton

 

 

Overkreditering van ruim miljoen kost Rabobank vijf ton

De Rabobank heeft vergeefs bij de rechter geprobeerd de restschuld voor een hypotheek van meer dan € 2 mln terugbetaald te krijgen van een klant die de lasten niet meer kon dragen. De bank heeft de regels tegen overkreditering ernstig geschonden, oordeelt de rechtbank Midden-Nederland in Utrecht: aan de klant is € 1,3 mln te veel verstrekt.

In februari 2007 verstrekt de Rabobank Utrechtse Heuvelrug een hypotheek van ruim € 2 mln ter financiering van een woning. De lening bestaat uit een SpaarZeker Hypotheek van € 1.031.250 en een even hoge aflossingsvrije hypotheek. Het betalen van de maandlasten wil niet echt vlotten, zodat de woning drie jaar later te koop wordt gezet. Er volgen twee biedingen (het hoogste bod is € 1.550.000), enig getrouwtrek en een kort geding, maar er komt geen verkoop. Rabobank vordert in juli betaling van de resterende schuld van een kleine € 1,8 mln en in oktober 2010 staat een executieveiling gepland. Vlak daarvoor slaat de eerste bieder op de woning alsnog toe: het huis wordt voor € 1.350.000 onderhands verkocht.
De restschuld van een half miljoen wordt door de Rabobank onder voorwaarden voor de helft kwijtgescholden: de klant moet een annuïtaire lening van € 250.000 aangaan voor de duur van 11 jaar, de bank krijgt een tweede hypotheek van € 250.000 op de actuele woning van de klant en een tweede pandrecht op de opbouwpolis bij Interpolis.

Overkreditering
De lening is aangepast, maar het betalingsgedrag van de klant niet. Dat leidt in januari 2015 uiteindelijk tot beslaglegging door de Rabobank. Die vordert voor de rechter (primair) betaling van € 485.599,95 plus rente. Maar de klant vordert op zijn beurt totale kwijtschelding van de schuld: de Rabobank heeft de zorgplicht geschonden door bij het aangaan van de lening niet te wijzen op de risico’s én een hypotheek te hebben verstrekt die niet paste bij de financiële mogelijkheden, doelstellingen, risicobereidheid en deskundigheid van de klant. In strijd met de geldende Gedragscode Hypothecaire Financieringen is € 2.062.500 verstrekt in plaats van de maximaal haalbare € 729.600. Naast overkreditering is ook sprake van schending van de geheimhoudingsplicht en zorgplicht door informatie over de klant te delen met bieders op de woning en onvoldoende rekening te houden met het belang van de klant, waardoor de woning voor een lagere prijs is verkocht, zo luidt de tegenvordering.

Kwijting
Volgens de Rabobank is bij het aangaan van de nieuwe leningovereenkomst in 2010 echter afgesproken dat partijen elkaar over en weer niet (verder) aansprakelijk zouden stellen met betrekking tot de eerdere woningfinanciering. Volgens de klant hield dat echter niet in dat hij Rabobank wilde kwijten voor de gevolgen van overkreditering en onrechtmatig handelen waarvan hij geen kennis had. De rechter oordeelt dat de Rabobank niet meer kan worden aangesproken op het verkoop- en executietraject, maar wél op schending van de zorgplicht bij het aangaan van de financiering. “Gedaagde heeft gesteld dat er ten tijde van het maken van de afspraken een eventuele schending van de zorgplicht bij het aangaan van de financiering nog niet aan de orde was. Ook Rabobank heeft ter comparitie expliciet erkend dat er op dat moment hierover nog geen discussie was.”
De rechter overweegt dat voor de klant de verplichtingen en risico’s goed waren in te schatten, mede omdat hij eerder al een hypotheek bij de Rabobank had gesloten. “Wel rustte op Rabobank als professionele kredietverstrekker tegenover gedaagde als particulier een zorgplicht die strekt tot bescherming tegen overkreditering”, vervolgt de rechtbank. “Deze zorgplicht, die onder meer voortvloeit uit (het ook destijds geldende) artikel 4:34 Wft, geldt tevens in de precontractuele fase.”

Bepaling inkomen
Volgens de klant bedroeg zijn inkomen en dat zijn partner in 2007 gezamenlijk € 128.000, waarmee de maximale hypotheek op € 729.600 zou komen, rekeninghoudend met de toen geldende leennorm van 5,7 maal het jaarinkomen. Rabobank stelt echter dat het inkomen veel hoger was, “nu tevens rekening moet worden gehouden met de onttrekkingen die gedaagde op basis van de door hemzelf overgelegde financiële gegevens in de toekomst uit zijn ondernemingen kon doen, bijvoorbeeld door zijn salaris te verhogen of zichzelf dividend uit te keren”. De bank is uitgegaan van € 334.000, goed voor een financiering van € 1.903.800. “Rabobank erkent dat het verstrekte bedrag wat hoger ligt dan genoemd bedrag, maar stelt dat de CHF-norm geen wettelijke verplichting was en afwijking mogelijk was bij goede inkomensvooruitzichten zoals in dit geval.” Bovendien pakte de nettolening lager uit omdat een bouwdepot niet is opgenomen en gelden van de spaarpolis nog van het totale bedrag moeten worden afgetrokken, aldus de Rabobank.

De rechter oordeelt dat Rabobank niet voldoende heeft onderbouwd hoe het inkomen van de klant is berekend. “Het enkel stellen dat de berekende inkomsten conform destijds geldende bancaire normen waren berekend, zonder dit nader te concretiseren, kan niet als een dergelijke onderbouwing worden aangemerkt.” Daarom gaat de rechtbank uit van een maximale leencapaciteit van € 729.600. Die wordt afgezet tegen de volledige hypotheeksom: “Dat gedaagde heeft besloten om nauwelijks van het bouwdepot gebruik te maken, doet niet af aan de verstrekking van het hogere bedrag en de eventuele schending van de zorgplicht door Rabobank om gedaagde tegen overkreditering te beschermen.”

Schending gedragscode
Rabobank heeft de klant niet geïnformeerd over de overschrijding van de verstrekkingsnorm en daarmee de gedragscode niet nageleefd. Dat toepassing ervan geen wettelijke verplichting was, doet volgens de rechtbank niet te zake. “Immers, de normen in de gedragscode worden in beginsel als minimumnormen gehanteerd voor beoordeling van de vraag of sprake is van schending van de zorgplicht die strekt tot bescherming tegen overkreditering.”

De rechter oordeelt dat de Rabobank gezien de overschrijding van de maximale leencapaciteit met ruim € 1, 3 mln en het niet voldoen aan de informatieplicht op dat punt, de zorgplicht die strekt tot bescherming tegen overkreditering “in ernstige mate” heeft geschonden. “Gelet op alle genoemde omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat gedaagde wordt gehouden aan de verbintenis tot betaling van de restschuld en de rente daarover.” De vordering van de bank wordt afgewezen.

Bron: AM




Laatste update: 03/11/2016 17:25.51