DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

OVERGANGSRECHT 2017 VRIJSTELLING SCHENKINGSRECHT EIGEN WONING NIET VERRUIMD

 “Het kabinet ziet geen reden het overgangsrecht 2017 vrijstelling schenkingsrecht eigen woning te verruimen.”


Dat schrijft staatssecretaris Wiebes in reactie op een brief die door de vaste commissie voor Financiën naar hem is doorgestuurd.

 

De brief heeft betrekking op het overgangsrecht bij de vanaf 1 januari 2017 geldende vrijstelling schenkbelasting voor een eigen woning tot 100.000 euro .

 

Dit overgangsrecht is vastgelegd in artikel 82a van de Successiewet 1956 (hierna SW).

In de brief wordt gesteld dat het eerste lid van artikel 82a SW dat per 1 januari 2017 in werking is getreden, tot een oneerlijke verandering leidt. Dit omdat voor iemand die vóór 2010 gebruik heeft gemaakt van de verhoogde vrijstelling, de verhoogde vrijstelling van 100.000 euro in principe wordt verlaagd tot 27.567 euro.

 

Op grond van het derde lid van artikel 82a SW is alsnog een vrijgestelde schenking voor de eigen woning mogelijk van 46.984 euro indien deze persoon in 2015 of 2016 een aanvullende schenking heeft ontvangen voor de eigen woning. Wordt in 2016 dus 1 euro aanvullend verhoogd voor de eigen woning geschonken, dan is de hogere vrijstelling van 46.984 euro van toepassing. De briefschrijver vindt dit onredelijk. Hij is het er verder niet mee eens dat indien deze persoon tot 2017 geen eigen woning met eigenwoningschuld had, deze persoon niet de mogelijkheid heeft om de eerdere verhoogde vrijgestelde schenking aan te vullen tot 100.000 euro.

 

Wiebes: "Het in het Belastingplan 2016 vastgelegde overgangsrecht is in de memorie van toelichting van het Belastingplan 2016 besproken. Ook recent - in de nota naar aanleiding van het verslag van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017 - ben ik, naar aanleiding van vragen daarover, ingegaan op het overgangsrecht. Een citaat daaruit: 'Bij de totstandkoming van de structurele verruiming van de schenkingsvrijstelling voor een eigen woning rees de vraag naar de reikwijdte van het gewenste overgangsrecht. Daarbij was de insteek dat het overgangsrecht 2010 (inhaalvrijstelling voor de gevallen van vóór 2010) intact zou blijven. Daarnaast leek het wenselijk om te voorkomen dat voor 2015 en 2016 geplande schenkingen op basis van het in die jaren geldende recht zouden worden uitgesteld tot 2017. Daarom is mogelijk gemaakt dat in aanvulling op in 2015 of 2016 gedane schenkingen waarvoor de verhoogde vrijstelling eigen woning is toegepast, nog een schenking van dezelfde schenkers onder de vrijstelling kan worden gegeven in 2017 of 2018.

 

Het in de wet opgenomen overgangsrecht is daarmee beperkt tot situaties waarin een kind vóór 2010, in 2015 of in 2016 gebruik heeft gemaakt van een verhoogde vrijstelling.

 

Hierbij moet worden bedacht dat ouders in de periode dat de tijdelijk verruimde schenkingsvrijstelling van 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2014 van kracht was, de mogelijkheid hebben gehad om een onbelaste schenking voor de eigen woning van maximaal € 100.000 te doen of als gevolg van het ruimhartige overgangsrecht destijds een eerdere schenking tot dat bedrag belastingvrij aan te vullen. Het kabinet ziet geen aanleiding om die mogelijkheid nogmaals te bieden, indien daar toentertijd geen gebruik van is gemaakt.

 

Het in het Belastingplan 2016 neergelegde overgangsrecht is goed uitvoerbaar in de praktijk, mede omdat het een relatief beperkte groep is die voor het overgangsrecht in aanmerking komt en vanwege het tijdelijke karakter. Het lijkt me dan ook weinig zinvol om met experts om tafel te gaan zitten om te bezien of het neergelegde overgangsrecht kan worden vereenvoudigd, daarbij bedenkend dat een vereenvoudiging vrijwel synoniem is aan een verruiming met budgettaire gevolgen. Met het voorgaande is ook ingegaan op het commentaar van de NOB, het RB en de VEPN inzake het overgangsrecht. Naar de mening van het kabinet is hiermee een eenvoudig, verdedigbaar en overzichtelijk overgangsrecht tot stand gekomen.'

 

"Er is dus overgangsrecht 2010 en overgangsrecht 2017. Het overgangsrecht 2010 maakt een onbelaste inhaalvrijstelling van circa 27.500 euro mogelijk. Het overgangsrecht 2017 maakt in de periode 2017-2018 een aanvullende schenkingsvrijstelling eigen woning van circa 47.000 euro mogelijk MITS  in de periode 2015-2016 reeds gebruikgemaakt is van de schenkingsvrijstelling eigen woning. Door de samenloop van het overgangsrecht 2010, mits dat in de periode 2015-2016 is toegepast, en het overgangsrecht 2017 is het mogelijk dat iemand die vóór 2010 de verhoogde schenkingsvrijstelling heeft toegepast in de periode 2017-2018 gebruik kan maken van de onbelaste schenkingsvrijstelling eigen woning van circa 47.000. euro.

 

Het overgangsrecht 2017 zorgt daardoor voor een verruiming van de schenkingsvrijstelling voor een bepaalde groep, maar geenszins voor een beperking van die vrijstelling voor een andere groep. Zoals de briefschrijver terecht stelt, kan van de extra verruiming uit het overgangsrecht 2017 geen gebruikgemaakt worden als er vóór 2017 geen eigen woning met een eigenwoningschuld aanwezig was.

 

Het is niet uitzonderlijk dat een fiscale faciliteit aansluit bij een feit of omstandigheid in een bepaald jaar en daardoor niet van toepassing is als dat feit of die omstandigheid zich pas in een later jaar voordoet. Dat is ook het geval bij het overgangsrecht 2017. Het kabinet ziet hierin geen aanleiding het overgangsrecht 2017 te verruimen."

Bron: VVP 08022017 
 

DeHypothekenMakelaar.nl

 


 

 



Laatste update: 08/02/2017 11:07.32