DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Planschade beoordeeld: wat is de WOZ-waarde waard?

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling is dan ook een lagere WOZ-waardering op zichzelf niet een indicatie voor schade als gevolg van een planologische verslechtering. Als het verschil tussen de WOZ-waarde en de taxatiewaarde in de planschadeprocedure echter aanzienlijk is dan rust op het college de plicht om nader te motiveren waarom aan de WOZ-waarde geen betekenis toegekend hoeft te worden. Over deze motiveringsplicht gaat deze uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:747).

In deze zaak ging het om de waardevermindering van een woning in de gemeente Achtkarspelen (Friesland) in verband met een bestemmingswijziging die de vestiging van een glaszetbedrijf tegenover deze woning mogelijk maakte. In het kader van de planschadeprocedure was de waarde van de woning in de nieuwe planologische situatie per peildatum 31 augustus 2011 vastgesteld op 270.000 euro. De WOZ-waarde van deze woning was echter in eerste instantie bepaald op 246.000 euro en na bezwaar op 216.000 euro (per peildatum 1 januari 2012).

Naar aanleiding van deze tussenuitspraak vroeg het college advies aan SAOZ. Volgens SAOZ kwam aan de WOZ-waarde van 216.000 euro geen gewicht toe omdat aan die waarde geen taxatie ten grondslag lag maar deze waarde het resultaat was van een schikking. Op basis van dit advies hield het college vast aan de taxatiewaarde van 270.000 euro.

Het college vroeg daarop wederom advies aan SAOZ. Volgens SAOZ was er geen redelijke verklaring voor de lagere WOZ-waarde. In aanvulling hierop wees het college er nog op dat in het verleden over de WOZ-waarde van de woning al veel bezwaar- en beroepsprocedures waren gevoerd en dat al die procedures zouden hebben geleid tot een WOZ-waarde die weinig tot geen relatie meer had met de werkelijke waarde in het economisch verkeer.

Conclusie

Een WOZ-waarde lager dan de taxatiewaarde in het kader van planschade is op zichzelf niet de indicatie voor schade als gevolg van een planologische verslechtering. Bij een aanzienlijk verschil tussen de WOZ-waarde en de taxatiewaarde in de planschadeprocedure rust echter op het college de plicht om dit verschil nader te motiveren. Uit de hier besproken uitspraak volgt dat bij die nadere motivering onder andere van belang is:

- Is bij het bepalen van de WOZ-waarde en de taxatiewaarde in het kader van de planschade uitgegaan van (nagenoeg) dezelfde peildatum?
- In hoeverre komt de feitelijke situatie overeen met de maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden?
- In hoeverre heeft de nadelige bestemmingsplanwijziging een rol gespeeld bij het bepalen van de WOZ-waarde?

Bron: Ivo van Heijst en Nienke Monnee
/ DeHypothekenMakelaar.nl   http://www.dehypothekenmakelaar.nl/Nieuws/2017/4616/Planschade%20beoordeeld/



Laatste update: 24/03/2017 14:13.32