DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Pas op: beperkt schriftelijkheidsvereiste bij vaststellingsovereenkomst !

De bedenktijd van twee weken gaat ook van start als de werknemer per e-mail een akkoord geeft voor een vaststellingsovereenkomst. Een daadwerkelijke handtekening is echter geen vereiste volgens de rechter.

Wat eraan voorafging

Een productontwikkelaar is al dertig jaar in dienst bij een middelgroot bedrijf dat harsen voor verf produceert. In de laatste jaren is er kritiek op haar functioneren en na een periode van ziekte wordt besloten om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Er wordt onderhandeld over de voorwaarden en op 28 november 2016 laat haar gemachtigde per e-mail weten dat de werkneemster akkoord gaat met het laatste concept. Dit bericht gaat gepaard met een verzoek om de definitieve versie per post toe te sturen.

Op 13 december echter laat de nieuwe gemachtigde van de werkneemster weten dat ze niet instemt met de inhoud van de vaststellingsovereenkomst. De werkgever geeft aan dat de bedenktijd inmiddels is verstreken.

De werkgever vraagt de rechter om voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst per 1 april 2017 eindigt als gevolg van een rechtsgeldige beëindiging met wederzijds goedvinden.

Hoe het afloopt

De vraag is hier of de vaststellingsovereenkomst wel tot stand is gekomen. Een overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van een aanbod. Wordt met de overeenkomst een arbeidsovereenkomst beëindigd dan geldt aanvullend nog de eis dat de beëindiging schriftelijk wordt overeengekomen, het zogenaamde schriftelijkheidsvereiste.

De rechter oordeelt dat het schriftelijkheidsvereiste niet zover gaat dat de bedenktermijn pas gaat lopen nadat er daadwerkelijk een handtekening onder het document is geplaatst. Dat zou een te vergaande afwijking van het principe van aanbod en aanvaarding uit het reguliere contractenrecht zijn. De bedoeling van het schriftelijkheidsvereiste is dat de werknemer de consequenties van de overeenkomst goed kan overwegen. En uit rechtspraak blijkt ook nog eens dat met mededelingen per whats-app en akkoordverklaringen per e-mail ook voldaan kan worden aan het schriftelijkheidsvereiste.

De rechter oordeelt dan ook dat het moment waarop schriftelijk overeenstemming is bereikt, bepalend is voor de aanvang van de bedenktijd. In dit geval liet de werkneemster via haar gemachtigde per e-mail weten dat ze akkoord was met de vaststellingsovereenkomst. De overeenkomst zelf is nooit getekend maar dat doet aan de rechtsgeldigheid niet af, aldus de rechter. De vaststellingsovereenkomst is op 28 december door de e-mail met de expliciete akkoordverklaring tot stand gekomen, waarmee het beroep op de bedenktijd op 13 december te laat kwam. De rechter verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst op 1 april rechtsgeldig met wederzijds goedvinden eindigt.

In de praktijk

Het recht van de werknemer om terug te komen op een vaststellingsovereenkomst is soms eerder vervallen dan gedacht. Of er nu schriftelijk akkoord gegaan wordt per e-mail of per whats-app of door een handtekening te zetten, op dat moment begint de termijn van twee weken te lopen.

Bron: XpertActueel mr. Ingrid Kooijman op 14 april 2017 Arbeidsovereenkomst,Jurisprudentie,Ontslag

 

Uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2017:1155, 15 februari 2017

VerbijsterendAdvies.nl

 



Laatste update: 19/04/2017 11:16.40