DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

Revisierente op lijfrentes nader toegelicht

Wanneer een belastingplichtige een lijfrente of pensioenaanspraak afkoopt, is dat fiscaal ‘een niet-toegestane handeling’. Het gevolg is dat de hele waarde van de lijfrente of pensioenaanspraak in één keer belast is (in box 1).  Daarnaast wordt bovendien revisierente in rekening gebracht. Deze revisierente is in beginsel 20% van de waarde op het moment van afkoop. Veel belastingplichtigen vinden deze revisierente onterecht en hebben hiertegen geprocedeerd. Dat leidde echter niet tot de door belastingplichtigen gewenste uitkomst. 

Het idee achter de revisierente
Revisierente wordt in rekening gebracht, omdat belastingplichtigen de premie of inleg eerder hebben afgetrokken van hun belastbaar inkomen. Als een belastingplichtige dat niet zou hebben gedaan, was de inleg al eerder belast geweest. De belastingdienst heeft daardoor al die jaren minder belastinginkomsten gehad. Dit uitstel van belastingbetaling wordt gecompenseerd door de revisierente.

Procedures tegen revisierente
Er is op basis van verschillende argumenten geprocedeerd tegen de revisierente in het algemeen, maar ook tegen de hoogte van het percentage van 20%. Dat percentage zou willekeurig zijn gekozen.

De rechter oordeelt daarover dat het een bewuste keuze is geweest van de wetgever. Toen de wet is ingevoerd, heeft men bewust een ‘timing-voordeel’ willen ontmoedigen: mensen die een lijfrente afsluiten, moeten vooraf weten dat ze niet voordeliger af zijn door jarenlang premies af te trekken om vervolgens eenmalig belasting te moeten betalen over een afkoopsom. Het argument gaat dus niet op, blijkt uit een arrest van de Hoge Raad uit 2015. Ook latere uitspraken van rechters (zie links) zijn in het voordeel van de belastingdienst beslist. 

Tegenbewijsregeling revisierente
Het is wel mogelijkheid om een lagere revisierente te bedingen dan 20% via de tegenbewijsregeling (artikel 30i, lid 3 AWR, zie link). Iemand komt in aanmerking voor de tegenbewijsregeling als hij de lijfrente afkoopt binnen 10 jaar na het aangaan daarvan. De belastingplichtige mag dan een berekening maken van het werkelijk geleden renteverlies. Dit geldt ook voor pensioenaanspraken. 

De belastingplichtige moet aannemelijk maken welk bedrag aan belastingrente in zijn geval had moeten worden berekend. Dat is vrijwel niet handmatig te doen. Daarom heeft de belastingdienst een rekenhulp beschikbaar gesteld. Daaruit blijkt dat het voordelig kan zijn om een verzoek in te dienen de tegenbewijsregeling te gebruiken. We geven daarvan een voorbeeld. 

Voorbeeld werking tegenbewijsregeling

Anke heeft in 2010 een lijfrentespaarrekening geopend. Ze heeft daarop jaarlijks (tot en met 2015) € 3.000 gestort en deze inleg afgetrokken van haar inkomen. In 2016 besluit ze de rekening te deblokkeren. Het saldo is op dat moment € 23.000. 

  • Als Anke geen gebruik maakt van de tegenbewijsregeling, moet ze € 4.600 (20% van € 23.000) aan revisierente betalen.
  • Wanneer ze wel gebruik maakt van de tegenbewijsregeling, komt haar revisierente uit op € 1.024. Dat is slechts 4,5% in plaats van 20% revisierente.

Helemaal geen revisierente
Voor lijfrenten van vóór de Brede Herwaardering (premiebetalende lijfrenten van vóór 16 oktober 1990 of koopsommen van vóór 1 januari 1992) geldt dat afkoop wel belast is, maar dat er geen revisierente in rekening wordt gebracht.

Ook voor goudenhanddrukstamrechten geldt sinds 2014 niet meer dat er revisierente in rekening wordt gebracht als deze worden afgekocht.

Tot slot geldt dat er geen revisierente in rekening wordt gebracht op saldolijfrenten: lijfrenten waarvan de premie of inleg niet van de inkomstenbelasting is afgetrokken. 

 VOORBEELD

Simon heeft in 2004 een lijfrenteverzekering gesloten. In 2009 heeft hij deze lijfrenteverzekering omgezet naar een lijfrentespaarrekening. Hij heeft jaarlijks premie en daarna stortingen betaald voor de lijfrente en deze afgetrokken van de inkomstenbelasting. In 2017 deblokkeert hij de lijfrenterekening en laat hij het geld (na inhoudingen) storten op zijn betaalrekening. 

Komt de deblokkering van Simon in aanmerking voor gebruikmaking van de tegenbewijsregeling?

  1. Nee. Als een lijfrente een voortzetting is van een reeds bestaande lijfrente, geldt de ingangsdatum van de eerdere lijfrente. Dat is meer dan 10 jaar geleden.
  2. Ja, maar slechts voor het deel van het opgebouwde saldo vanaf 2009. Over de opgebouwde waarde tot 2009 moet hij wel 20% revisierente betalen.
  3. Ja, over het hele gedeblokkeerde saldo. De lijfrentespaarrekening is immers minder dan 10 jaar geleden afgesloten.

Het juiste antwoord is a.

Als een lijfrentespaarrekening, lijfrentebeleggingsrecht of lijfrenteverzekering een voortzetting is van een ander lijfrente-opbouwproduct, geldt de (oudere) ingangsdatum van dat andere lijfrente-opbouwproduct als ingangsdatum voor de vaststelling of gebruik gemaakt kan worden van de tegenbewijsregeling.  Er wordt geen splitsing aangebracht tussen de oorspronkelijke ingangsdatum en het moment van omzetting. 

Bron Fintool 08062017

DePensioenMakelaar.nl  



Laatste update: 08/06/2017 11:42.17