DePensioenMakelaar.nl
VerbijsterendAdvies voor wat bedoelt met goed geregelde inkomensvoorzieningen

            Beschikbare Premieregeling

Waar een gedegen pensioen, zoals het eindloonsysteem veelal uitgaat van het behalen van het normpensioen van 70% van het laatstverdiende salaris, heeft het "beschikbare premiesysteem" een heel ander uitgangspunt. Want zoals de naam al doet vermoeden, is het uitgangspunt namelijk: de premie.

Dat wil niet zeggen dat er daardoor niet ook hetzelfde bereikt zou kunnen worden als bij een eindloonregeling. Sterker nog: vaak is het rendement van de beschikbare premieregeling bijvoorbeeld afhankelijk van beleggingsfondsen, waardoor bij een goede performance zelfs meer dan 70% realiseerbaar kan zijn. Veelal wordt gewerkt met dynamische premiestaffels: de premie stijgt met de jaren. Daardoor is er echter in het begin minder inleg beschikbaar dan later, en doet men er dus goed aan het beleggingsbeleid aan te passen aan de pensioenhorizon. In het begin kan men wat meer risico nemen dan bij nadering van de pensioendatum.

Voordat De PensioenMakelaar.nl hier de moderne “beschikbarepremieregeling” ofwel de “Defined Contribution” ook wel "dc-systeem" verder technisch toelicht, is het goed om eerst een paar begrippen even helder op rij te zetten voor u. Heeft u daarna nog vragen, of wilt u een persoonlijk advies, dan contact u ons even, we zijn 24 uur per dag bereikbaar! 

PS de wetgeving is continu in beweging, het laatste nieuws volgt u dus op onze homepage!
 


Pensioengevend salaris
Niet alle beloningscomponenten zullen tot uw pensioengevende salaris gerekend worden, ten 1e vanwege de hogere kosten, die daarmee gemoeid zijn ten 2e vanwege wettelijke beperkingen. Zo mag de fiscale bijtelling van een auto wettelijk niet meer tot de pensioengrondslag gerekend worden. En zo telt soms de 13e maand wel mee, of een deel van uw provisie, etcetera. Om te weten wat in úw regeling wel en niet tot de grondslag gerekend mag worden, zal De PensioenMakelaar.nl uw pensioenreglement erop naslaan.

Terug

Franchise
Iedere ingezetene van Nederland kan (zolang het nog mag duren?) vanaf 65 jaar een basisinkomen van de overheid verwachten: de AOW. Als u vanaf 15 jaar onafgebroken Nederlands ingezetene bent, heeft u 100% opgebouwd. Wettelijke regelgeving dwingt dat hiermee bij de pensioenopbouw via uw werkgever al rekening wordt gehouden d.m.v. de zogenaamde (AOW) Franchise. U zou anders een bovenmatig pensioen kunnen opbouwen, en dat is zeker niet de bedoeling van de (fiscale) wetgever! De franchise is dus een drempelbedrag dat wordt afgetrokken van uw pensioengevend salaris, pas daarboven begint u pensioen op te bouwen. Voor tweeverdieners geldt dat zij veelal 2 keer met de hoge gehuwdenfranchise geconfronteerd worden, zij bouwen dus over een aanzienlijk inkomen nog geen pensioenrechten op! Er is een grote variëteit aan franchisebedragen, en ook een wettelijk verplicht minimumbedrag waarmee op een of andere wijze rekening moet worden gehouden in de pensioenregeling. Hoe hoger de franchise, hoe hoger de drempel: u bouwt dus pas echt pensioen op bij een hoger inkomen.

Terug

Pensioengrondslag
Omdat bij de pensioenopbouw dus rekening moet worden gehouden met de reeds aanwezige opbouw van toekomstige AOW, wordt de hierboven besproken franchise in aftrek gebracht op uw eerstbesproken pensioengevend salaris. De uitkomst van die aftreksom heet de pensioengrondslag, ofwel de PG. Vervolgens bouwt u elk jaar meestal een bepaald percentage over die grondslag op, het percentage vindt u in uw pensioenreglement.

Terug

De beschikbarepremieregeling
Bij een beschikbarepremieregeling is niet de beoogde pensioenuitkomst de maatstaf, maar vormt de premie toezegging het uitgangspunt van de pensioentoezegging, vandaar de term: “Defined Contribution” versus “Defined Benefit”. Elk jaar wordt een vooraf bepaald vast premiebedrag of een vaak dynamisch (met de leeftijd toenemend) percentage van het jaarsalaris of de pensioengrondslag beschikbaar gesteld voor pensioenopbouw. Indien de premie wordt afgeleid van het salaris of de pensioengrondslag, zullen bij stijgende salarissen en pensioengrondslagen steeds hogere premies beschikbaar komen. Onder pensioengrondslag kan zoals besproken worden verstaan: het jaarsalaris, inclusief eventueel vakantietoeslag, gratificatie en dertiende maand, verminderd met een franchise ingevolge de AOW of het minimumloon. Voor het vaststellen van een beschikbare premie zijn in de nieuwe fiscale pensioenwetgeving normen/richtlijnen aangegeven. In een beschikbarepremieregeling zal het uitgangspunt een tijdsevenredig pensioen moeten zijn dat conform de Wet fiscale behandeling van pensioenen na 35 jaar niet meer bedraagt dan maximaal 70% van het eindloon. Voor de vaststelling van de omvang van de jaarlijks te financieren beschikbare premie wordt uitgegaan van de volgende grondslagen:

Terug

Carrièreontwikkeling
- een carrièreontwikkeling van 3% per jaar in de jaren voor het bereiken van de 35-jarige leeftijd van de werknemer;
- een carrièreontwikkeling van 2% per jaar in de tien daaropvolgende jaren;
- 1% per jaar in de tien daaropvolgende jaren en
- 0% per jaar gedurende de overige jaren.

Terug

Overige grondslagen
- een rekenrente van 4% terwijl geen rekening wordt gehouden met algemene loonronden of inflatie;
- een percentage per leeftijdscategorie van ten hoogste vijf aaneengesloten jaren waarbij het percentage wordt afgestemd op de gemiddelde leeftijdscategorie.

Terug

Goedgekeurde premiestaffels
Op 4 november 2000 heeft de Staatssecretaris van Financiën premiestaffels gepubliceerd (besluit nr. RTB2000/969M). Deze premiestaffels zijn vervangen door nieuwe premiestaffels die op 28 april 2003 zijn gepubliceerd (besluit nr. CPP2003/308M). De premiestaffels wijken af van de tekst van artikel 18a, derde lid van de Wet Loonbelasting 1964.
Indien rekening zou worden gehouden met de verschillende intredeleeftijden zou dit betekenen dat tientallen beschikbarepremiestaffels zouden moeten worden gehanteerd, hetgeen de staatssecretaris niet wenselijk acht. Een andere benadering had kunnen zijn de inbouw van een carrière volgens het 3-2-1-0 model in de beschikbarepremiestaffels achterwege te laten. Het achterwege laten hiervan zou echter tot een te beperkte premieruimte leiden. Daarom heeft de staatssecretaris besloten om toe te staan dat een beschikbarepremiestaffel mag worden gebaseerd op de pensioenopbouw volgens het middelloonstelsel. Dat wil zeggen dat de jaarlijkse pensioenopbouw voor het ouderdomspensioen in een beschikbarepremieregeling gericht mag zijn op ten hoogste 2,25% per dienstjaar. Als in een regeling een lager percentage aan pensioen wordt opgebouwd moet de staffel naar evenredigheid worden toegepast.

Uitgaande van deze goedkeuring is een beschikbarepremieregeling in ieder geval aan te merken als een zuivere pensioenregeling indien de omvang van de premiepercentages de staffels niet overschrijdt. Op deze wijze wordt de praktijk een handreiking geboden om voor collectieve regelingen een uniform toepasbare beschikbarepremiestaffel te hanteren waarbij een ruimte wordt geboden die voor alle werknemers binnen de begrenzingen van de WET LB 1964 blijft. De staffels moeten worden beschouwd als een collectief toepasbare richtlijn, waarvan in individuele omstandigheden kan worden afgeweken indien aannemelijk kan worden gemaakt dat in het individuele geval een andere staffel dient te worden toegepast.
Als de opbouw van het beoogde pensioen afwijkt van het aan de staffels ten grondslag liggende maximum voor middelloonregelingen zullen de genoemde premiepercentages naar evenredigheid toegepast moeten worden. Tevens dient daarbij aangesloten te worden bij de genoemde leeftijdsklassen en pensioeningangsdata. Intreden op latere leeftijd heeft geen gevolgen voor de toe te passen beschikbarepremiestaffel. De beschikbarepremiestaffels kunnen ook worden toegepast op pensioengrondslagen die lager zijn dan €7000.

Voor de vaststelling van de staffels zijn verder de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- de percentages zijn uitgedrukt in percentages van de pensioengrondslag;
- voor incidentele beloningen kunnen de in de staffels opgenomen percentages worden toegepast op de incidentele beloning zelf, mits de voorgeschreven AOW-inbouw al volledig in de structurele pensioengrondslag is verwerkt;
- de pensioengrondslag is bepaald door het pensioengevend middelloon te verminderen met de minimale franchise van 10/7 x de AOW-uitkering voor een gehuwde
- carrière: omdat is uitgegaan van het middelloonsysteem is de carrière impliciet in het opbouwpercentage verwerkt;
- pensioenpercentages: ouderdomspensioen: 2,25% per jaar; nabestaandenpensioen: 70% van het ouderdomspensioen;
- mannelijke werknemer en vrouwelijke partner;
- overlevingstafel: GBM/GBV 1990/1995; leeftijdscorrecties werknemer -5 en partner -6;
- leeftijdsverschil werknemer en partner: 3 jaar;
- rekenrente 4%;
- kostenopslag 10%;
- opslag voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid: 8% (indien van toepassing).

Terug

Voorbeeld van een premietoezegging
Aan werknemer A wordt een pensioentoezegging gedaan op basis van een beschikbarepremieregeling van 10,2% van de pensioengrondslag. De beschikbarepremie is gebaseerd op de premiestaffel voor een ouderdomspensioen en een uitgesteld opgebouwd nabestaandenpensioen. Het nabestaandenpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum (weduwe- en wezenpensioen) wordt verzekerd door middel van éénjarige risicopremies. De beschikbarepremiepercentages zijn op:

- 35-jarige leeftijd: 12,5% van de pensioengrondslag;
- 40-jarige leeftijd: 15,2% van de pensioengrondslag;
- 45-jarige leeftijd: 18,7% van de pensioengrondslag;
- 50-jarige leeftijd: 23,0% van de pensioengrondslag;
- 55-jarige leeftijd: 28,6% van de pensioengrondslag;
- 60-jarige leeftijd: 36,1% van de pensioengrondslag.
Het jaarsalaris bedraagt op 30-jarige leeftijd €33 000. Op het jaarsalaris wordt een franchise ingevolge de AOW in mindering gebracht. De franchise bedraagt 10/7 x de AOW (€ 8000) die wordt uitgekeerd aan een gehuwde met een partner. Met vakantietoeslag en structurele verhoging is bij de vaststelling van de franchise rekening gehouden. Zie voor een omschrijving van de toe te passen franchise hoofdstuk 4 van de Pensioengids.
De pensioengrondslag bedraagt derhalve:
jaarsalaris €33 000 -/- franchise €11 429 = €21 571.
De beschikbare jaarpremie bedraagt €2200. Hiervoor kan een ouderdomspensioen van €6696 per jaar worden gefinancierd. Tevens wordt verwezen naar hetgeen hierna onder de Algemene Wet Gelijke Behandeling is vermeld.

Terug

Voorbeeld Carrièreontwikkeling
Het jaarsalaris van werknemer A stijgt door carrièreontwikkeling als volgt:
- een carrièreontwikkeling van 3% per jaar in de jaren voor het bereiken van de 35-jarige leeftijd van de werknemer;
- een carrièreontwikkeling van 2% per jaar in de tien daaropvolgende jaren;
- 1% carrièreontwikkeling per jaar in de tien daaropvolgende jaren;
- 0% carrièreontwikkeling per jaar gedurende de overige jaren.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Leeftijd werknemer A Ouderdomspensioen Pensioengrondslag
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Basispensioen op 30 jaar € 6 696 € 21 571

Pensioenverhoging op 35 jaar € 3 746 € 29 098

Pensioenverhoging op 40 jaar € 3 909 € 36 823

Pensioenverhoging op 45 jaar € 4 391 € 45 775

Pensioenverhoging op 50 jaar € 3 944 € 53 915

Pensioenverhoging op 55 jaar € 3 592 € 62 641

Pensioenverhoging op 60 jaar € 2 203 € 69 161

Pensioenverhoging op 64 jaar 280 € 74 862


Totaal pensioen op 65 jaar € 28 761


Het totale ouderdomspensioen bedraagt inclusief de aow en de premievrije aanspraak elders op de
pensioendatum € 46 446 per jaar. Dat is 47,75% van het laatstgenoten jaarsalaris.
Voor de vaststelling van de verschuldigde jaarpremie is uitgegaan van brutotarieven, rekenrente 3%
inclusief kostenopslagen waaronder premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer
na 2 jaar arbeidsongeschiktheid. Verder is ervan uitgegaan dat een overrentekortingsregeling
achteraf geldt. Daarmee worden, indien de beschikbare overrente het toelaat, toeslagen op reeds
ingegane pensioenen en slapersrechten (pensioen van niet actieve deelnemers) verleend.
De verschuldigde jaarpremie bedraagt bij aanvang van de verzekering € 2780, oplopend tot € 34 938
in het 60e jaar en dalend tot € 27 025 in het 64e jaar van werknemer A.


Indien de carrièreontwikkeling van een werknemer afwijkt van de hierboven genoemde 3-2-1-0-norm is voor acceptatie van de regeling vooroverleg met de fiscus noodzakelijk. Het spreekt voor zich dat voor jongeren het premiepercentage lager ligt dan voor oudere werknemers. Dit komt doordat jongeren door de langere looptijd voor hetzelfde premiebedrag meer pensioen kunnen opbouwen.

Gedurende de periode vanaf 30 jaar tot de 65-jarige leeftijd van werknemer A is aangenomen dat de inflatie 2% per jaar bedraagt. Het jaarsalaris van werknemer A is daardoor gestegen tot €97 270 in het laatste verzekeringsjaar. Aangenomen is tevens dat de AOW voor een gehuwde met een partner elk jaar door 2% inflatie is gestegen van €8000 tot €15 685 op de pensioendatum.

Het premievrije ouderdomspensioen conform het vorige voorbeeld bedraagt €1000 per jaar, met bijbehorend weduwe- en wezenpensioen en stijgt elk jaar tot de pensioendatum met 2% samengestelde interest.

Terug

Algemene Wet Gelijke Behandeling
Tot 1 januari 2002 was het mogelijk, voor wat betreft pensioentoezeggingen, onderscheid te maken tussen gehuwden, ongehuwd samenlevenden en alleenstaanden. In het voorbeeld van werknemer A kon voor de beschikbare jaarpremie een ouderdomspensioen, een weduwepensioen (70% van het ouderdomspensioen) en een wezenpensioen (per kind 14% van het ouderdomspensioen tot de 21-jarige leeftijd van het betreffende kind) worden verzekerd.

Na het van kracht worden van de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) is dat niet meer toegestaan. De gelijke behandeling geldt alleen voor het ouderdomspensioen. Ten aanzien van het nabestaandenpensioen blijft de uitzondering in de AWGB van kracht. De wet voorziet dus niet in een recht op nabestaandenpensioen voor ongehuwden en niet geregistreerd samenwonenden bij een pensioenregeling met een nabestaandenpensioen voor gehuwden en geregistreerde partners. Het gelijke uitkeringsvoorschrift is van toepassing op salaris/diensttijdregelingen en op beloningregelingen. Onder de laatste regeling kan een beschikbare premieregeling worden gekwalificeerd.
Als in het voorbeeld van werknemer A het nabestaandenpensioen bij overlijden voor de pensioendatum verplicht wordt toegezegd, doet zich een probleem voor. De risicopremies voor dit nabestaandenpensioen zouden dan uit de totale beschikbare premie gehaald moeten worden. Voor een gehuwde blijft er vervolgens voor de financiering van het ouderdomspensioen minder premie over dan voor een alleenstaande. Voor een alleenstaande geldt het verplichte nabestaandenpensioen immers niet. Volgens de AWGB is dat op grond van de gelijke behandeling naar burgerlijke staat verboden.

In het voorbeeld van werknemer A is de beschikbare jaarpremie volledig aangewend voor de verzekering van het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen na de pensioendatum. Het nabestaandenpensioen bij overlijden voor de pensioendatum is gelijk aan het nabestaandenpensioen na de pensioendatum. Het wezenpensioen bedraagt per kind 20% van het nabestaandenpensioen. Beide pensioenen zijn verzekerd tegen risicopremies.
Op de pensioendatum kan de werknemer een keuze maken of de geheel opgebouwde pensioenreserve alleen dient te worden aangewend voor een ouderdomspensioen of, dat voor de pensioenreserve naast een ouderdomspensioen tevens voor een nabestaandenpensioen na het overlijden van de werknemer wordt gekozen (artikel 2b Pensioen- en spaarfondsenwet). Over het algemeen kost een nabestaandenpensioen na de pensioendatum circa 20% van de totale pensioenreserve. In het voorbeeld van werknemer A zal, indien de pensioenreserve volledig wordt aangewend voor ouderdomspensioen, het ouderdomspensioen ad €28761 per jaar dan dalen tot €34513 per jaar en zal er na zijn overlijden na de pensioendatum geen weduwepensioen worden uitgekeerd. Zie ook paragraaf 3.3 voor een behandeling van de mogelijkheid tot uitruil van pensioenrechten.

Terug

Evenredige pensioenopbouw
Een beschikbare premie die gedurende het deelnemerschap aan de pensioenregeling gelijk blijft zal niet elk jaar evenveel pensioen opleveren. In de eerste jaren zal de beschikbare premie tot hogere pensioenaanspraken leiden dan in latere jaren. In parlementaire stukken staat vermeld dat het geen bezwaar oplevert indien de beschikbare premie stijgt bij leeftijdstoename, als de vermoedelijk resulterende pensioenopbouw in een tempo plaatsvindt die tenminste te vergelijken is met de pensioenopbouw bij eindloonregelingen. De financiering van de pensioenaanspraken mag door het verbod op uitstelfinanciering dus niet naar de toekomst worden geschoven, maar dient op ten minste evenredige wijze plaats te vinden. Bij een pensioenopbouw over 35 jaar moet bij uitdiensttreding een evenredig deel van het in het betreffende jaar geldende ouderdomspensioen zijn afgefinancierd. Stel dat werknemer A op 45-jarige leeftijd uit dienst treedt. Op dat tijdstip moet van het te verzekeren ouderdomspensioen ten minste €7700 zijn afgefinancierd.
Indien een andere premiestaffel wordt toegepast dan een van de premiestaffels die door het Ministerie van Financiën op 28 april 2003 is gepubliceerd, dienen de uitkomsten eveneens een gelijkblijvende of aflopende reeks te vormen. Elke opvolgende uitkomst mag dus niet hoger zijn dan de vorige uitkomst. De toets van de andere premiestaffel geeft inzicht in de evenredigheid doch niet hetgeen fiscaal maximaal haalbaar is. De in de premie voor de pensioenregeling gehanteerde kostenopslagen dienen een evenredige pensioenopbouw niet in de weg te staan.

Terug

Verplichte of vrijwillige risicodekking
In de passage over de Algemene Wet Gelijke Behandeling is al stilgestaan bij de toezegging van een nabestaandenpensioen bij overlijden voor de pensioendatum. Indien een vrijwillige risicodekking in de pensioenregeling van toepassing is hoeft volgens de PVK geen rekening te worden gehouden met de vrijwillige onttrekking van risicopremie. De toegezegde beschikbarepremieregeling moet een evenredige pensioenopbouw laten zien. Een verplichte nabestaandendekking voor de pensioendatum financieren uit de beschikbare premie is per 1 januari 2002 onmogelijk omdat de Wet gelijke behandeling naar burgerlijke staat dat verbiedt!
Bij een verplichte risicodekking moet bovendien de premiestaffel gecorrigeerd worden. De risicopremie zou dan eerst in mindering gebracht moeten worden op de beschikbare premie. Dat geldt niet voor de verplicht meeverzekerde vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid. Het restant van de premie moet vervolgens een tenminste evenredige pensioenopbouw garanderen. Dit wordt zeer lastig omdat vele beschikbarepremieregelingen zijn aangewend voor zogenoemde universal lifeverzekeringen. Dat zijn verzekeringen waarbij de pensioenuitkomst afhankelijk is van het resultaat van beleggingen. Op de waarde die de kapitaalverzekering heeft worden veelal maandelijks de kosten voor risicodekking in mindering gebracht. De risicopremie fluctueert door de hoogte van de beleggingswaarde. Daardoor is evenredigheid niet meer te garanderen. De premiestaffel is dan in strijd met de PSW.
Indien er toch voor een verplichte risicodekking bij overlijden voor de pensioendatum wordt gekozen kan in de praktijk het beste voor een aparte risicoregeling naast de opbouw van het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen worden gekozen.

Terug

Streefregeling
In de zin van de Pensioen- en spaarfondsenwet is er alleen dan sprake van een beschikbarepremieregeling als de pensioenregeling uitsluitend wordt bepaald aan de hand van de door de werkgever en/of de deelnemer beschikbaar gestelde premies. Indien de beschikbarepremie wordt vastgesteld volgens een premiestaffel, is er volgens de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK) sprake van een streefregeling. De PVK stelt zich op het standpunt dat het verbod op uitstelfinanciering in het geval van zulke beschikbarepremieregelingen van toepassing is. Het gevolg van het standpunt van de PVK is dat de opbouw van de pensioenaanspraken op een tenminste tijdsevenredige wijze dient te gebeuren. Dit betekent dat er volgens de staffel een evenredige opbouw dient plaats te vinden. Indien ervan wordt uitgegaan dat er een tijdsevenredige pensioenopbouw en affinanciering moet plaatsvinden, stelt dat eisen aan de staffel.

Terug

Voordelen van een beschikbarepremieregeling
- Een zuivere beschikbarepremieregeling is een pensioensysteem, waarvan de kosten voor de werkgever beheersbaar kunnen blijven. In een pensioenverzekering op basis van een beleggingsverzekering kan namelijk worden volstaan met het meegeven van een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen op grond van de reeds betaalde premies.
- Bij een dalende pensioengrondslag worden de in het verleden voor de werknemer opgebouwde pensioenaanspraken niet aangetast.
- Ook in een beschikbarepremieregeling kan gestreefd worden naar een volwaardige pensioenopbouw van 70% van het eindloon. Zie verder hierboven onder 'Streefregeling'.
- Aangezien pensioen mede een verantwoordelijkheid is van de werknemer, kan de premie naar eigen keuze voor pensioen worden besteed; een voorbeeld daarvan is dat er alleen een ouderdomspensioen wordt verzekerd in plaats van een ouderdomspensioen gecombineerd met een nabestaandenpensioen.

Terug

Nadelen van een beschikbarepremieregeling
- Voor oudere werknemers die laat carrière maken en bij een hoge inflatie kan het voorkomen dat er geen volwaardige pensioenopbouw plaatsvindt.
- Bij huwelijk, samenleving of gezinsuitbreiding kan het voorkomen dat uit dezelfde premie een nabestaandenvoorziening moet worden gefinancierd.
- De pensioenuitkomsten zijn minder goed voorspelbaar. Daardoor zal er conform de nieuwe pensioenwetgeving op de pensioendatum een toets plaatsvinden hoe de verhouding is tussen het eindloon en het verzekerde pensioen.
- De Algemene Wet Gelijke Behandeling en het recht hebben op tijdsevenredige affinanciering volgens de Pensioen- & Verzekeringskamer in een streefregeling hebben van de oorspronkelijk eenvoudige beschikbarepremieregeling een zeer ingewikkelde pensioenregeling gemaakt.

Terug
 

VerbijsterendAdvies van De HypothekenMakelaar & de PensioenMakelaar is 24 uur per dag bereikbaar:

Postbus 646 5201AP Den Bosch
Poeldonk 26 5275 HP Den Dungen
T: 073 - 59 44 112
F: 073 - 59 44 113
M: 0615 - 32 11 32
E : info@DePensioenMakelaar.nl

Postbus 914  5700 AX Helmond   
Taxusrode 7 5709 HW Helmond
T: 0492 - 556 22 6 
F: 0492 - 556 22 7
M: 0615 - 32 11 32
E : info@DePensioenMakelaar.nl

KvK: 17152768
SER (tot 2006 daarna AFM) 1064078A
SEH: Erkend Hypotheek Adviseur, Erkenning ten name van Marcel J.F. van Bijsterveld
AFM (WFD 2006 daarna WFT) 1200.4165
AFM ten name van VerbijsterendAdvies.nl
Klachteninstituut KIFID aangesloten
Gidi geconformeerd (tot 2006 daarna WFT)
Beroepsaansprakelijkheid is verzekerd.
RaboBank: 1496.80.759
ABN-Bank : 4639.82.363
ABN-Bank : 4639.82.363










































 



Laatste update: 10/01/2011 15:44.57